
Zelf etiketten maken en printen doe je door een labelontwerpprogramma te combineren met een geschikte industriële printer en de juiste materialen. Voor tijdelijke toepassingen volstaat soms een eenvoudige opzet, maar voor duurzame industriële etiketten heb je vinyl of polyester materiaal, professionele ontwerpsoftware en een printer die daarmee overweg kan. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen: van materiaalkeuze en software tot normen, stappenplan en wanneer zelf printen financieel verstandiger is dan uitbesteden.
Welke materialen zijn geschikt voor het maken van etiketten?
Voor industriële etiketten zijn vinyl en polyester de meest geschikte materialen. Vinyl is flexibel, bestand tegen vocht en reinigingsmiddelen, en hecht goed op ruwe of gebogen oppervlakken. Polyester is harder, chemisch bestendig en behoudt zijn leesbaarheid ook bij blootstelling aan oliën, oplosmiddelen en extreme temperaturen. Papier is voor industriële toepassingen vrijwel nooit geschikt.
De materiaalkeuze hangt sterk af van de omgeving waarin het etiket moet functioneren. Een etiket op een chemische container moet bestand zijn tegen de stoffen die erin zitten en tegen frequente reiniging. Een etiket op een machine in een productieomgeving krijgt te maken met trillingen, hitte en soms agressieve schoonmaakmiddelen. In zulke situaties is een papieren etiket al na korte tijd onleesbaar of losgelaten.
Wanneer kies je voor vinyl?
Vinyl is de beste keuze voor oppervlakken die niet volledig vlak zijn, zoals buizen, tanks of apparatuur met een gebogen behuizing. High-tack vinyl hecht ook op minder gladde of licht vochtige ondergronden. Het materiaal is soepel genoeg om mee te buigen zonder te scheuren of los te laten. Voor leidingmarkering is vinyl dan ook een veelgebruikte keuze.
Wanneer kies je voor polyester?
Polyester heeft de voorkeur wanneer chemische bestendigheid of extreme temperatuurwisselingen een rol spelen. Denk aan etiketten op chemische containers, decanteerflacons of apparatuur in de procesindustrie. Het materiaal vervaagt niet snel, trekt niet krom en laat niet los door vocht of chemicaliën. Voor container labels is polyester dan ook een logische materiaalkeuze.
Welke software heb je nodig om etiketten te ontwerpen?
Voor het ontwerpen van industriële etiketten heb je labelontwerpsoftware nodig die werkt met vaste sjablonen, normen en databronnen. Generieke grafische programma’s zijn hiervoor minder geschikt omdat ze geen ondersteuning bieden voor barcode-generatie, variabele data of naleving van internationale etiketteringsnormen. Professionele labelontwerpsoftware vult die leemte.
Wij werken met de NiceLabel Software Suite, een professionele labelontwerptool die specifiek is ontwikkeld voor industriële identificatie. NiceLabel is software, geen printermerk. Het programma ondersteunt het ontwerpen van GHS-etiketten, het koppelen van databases voor variabele gegevens zoals batchnummers of locatiecodes, en het beheren van workflows voor teams die met meerdere gebruikers werken. Dat laatste is met name relevant voor HSE-managers en facility supervisors die etiketten centraal willen beheren.
Een goed ontwerpprogramma helpt ook bij de naleving van normen. Zo kun je sjablonen instellen die automatisch de juiste H-zinnen, pictogrammen en gevarencategorieën bevatten voor een GHS-etiket voor intern gebruik. Dat bespaart tijd en voorkomt fouten bij het handmatig invoeren van gevaarsaanduidingen.
Wat voor printer heb je nodig om etiketten te printen?
Voor het printen van duurzame industriële etiketten heb je een thermische transferprinter of een inkjetprinter die geschikt is voor vinyl en polyester. Gewone laserprinters of kantoorinkjetprinters zijn niet geschikt: ze produceren geen inkt of toner die bestand is tegen industriële omstandigheden zoals vocht, chemicaliën of mechanische slijtage.
Wij bieden onder andere de SMS-R1 en de SMS-430/460 aan. Dit zijn compacte industriële labelprinters met een geïntegreerde snijfunctie, geschikt voor het printen van etiketten in uiteenlopende maten en vormen. Ze werken met thermische transfertechnologie, waarbij een printlint de inkt permanent in het labelmateriaal verankert. Het resultaat is een etiket dat bestand is tegen chemicaliën, reinigingsmiddelen en extreme temperaturen.
De keuze voor een printer hangt af van het volume dat je wilt produceren, de gewenste afmetingen en het aantal kleuren. Voor eenvoudige zwart-witte labels volstaat een compactere printer. Voor meerkleurige veiligheidsetiketten of bordjes met pictogrammen en kleurcodes heb je een printer met meerdere kleurkanalen nodig.
Hoe maak je stap voor stap een etiket aan?
Een industrieel etiket maak je door achtereenvolgens het juiste materiaal te kiezen, het ontwerp aan te maken in labelontwerpsoftware, de printer in te stellen en het etiket te printen en te controleren. Het hele proces is herhaalbaar en schaalbaar zodra je sjablonen hebt aangemaakt.
- Bepaal het doel en de omgeving. Gaat het om een gevarenetiket voor een chemische container, een locatieetiket in een magazijn of een machine-ID? De omgeving bepaalt het materiaal en de normen waaraan het etiket moet voldoen.
- Kies het juiste materiaal. Selecteer vinyl of polyester op basis van de oppervlaktestructuur, de chemische blootstelling en de gewenste levensduur.
- Open je labelontwerpsoftware. Maak een nieuw sjabloon aan op het juiste formaat. Voeg vaste elementen toe zoals pictogrammen, bedrijfslogo of normaanduidingen, en variabele elementen zoals productnaam, batchnummer of H-zinnen.
- Voeg de verplichte informatie toe. Voor een GHS-etiket zijn dat minimaal de productnaam, gevarenpictogrammen, signaalwoord, H-zinnen en P-zinnen, en de naam van de verantwoordelijke partij.
- Stel de printer in. Kies het juiste printlint dat past bij het gekozen materiaal. Stel de afdruksnelheid en temperatuur in op de specificaties van het lint en het labelmateriaal.
- Print een proefexemplaar. Controleer leesbaarheid, kleurweergave en hechting voordat je een grotere oplage print.
- Breng het etiket aan en documenteer. Bevestig het etiket op een schone, droge ondergrond. Leg in je systeem vast welk etiket waar is aangebracht, zeker bij veiligheidstoepassingen.
Aan welke normen moeten industriële etiketten voldoen?
Industriële etiketten moeten voldoen aan de normen die van toepassing zijn op de specifieke toepassing. Voor gevaarlijke stoffen geldt de GHS/CLP-verordening, die voorschrijft welke pictogrammen, H-zinnen, P-zinnen en andere gegevens op een gevarenetiket moeten staan. Voor leidingmarkering geldt de ISO 20560-norm. Voor elektrische installaties zijn er eigen markeringsnormen.
Wat moet er op een GHS-etiket staan?
Een GHS-etiket voor intern gebruik of voor een omgepakte of gedecanteerfles moet minimaal bevatten: de productnaam of stofidentificatie, de toepasselijke gevarenpictogrammen, het signaalwoord (Gevaar of Waarschuwing), de relevante H-zinnen (gevarenaanduidingen) en P-zinnen (veiligheidsaanbevelingen), en de naam en contactgegevens van de verantwoordelijke leverancier of interne afdeling. Welke pictogrammen op een chemisch etiket horen, hangt af van de gevaarsklasse van de stof zoals vastgelegd in de CLP-verordening.
Wat zijn de regels voor omgepakte chemicaliën en decanteerflacons?
Wanneer je een chemische stof overpompt naar een kleinere container of decanteerfles, ben je verplicht die container opnieuw te etiketteren. Een chemische container zonder etiket of met een onleesbaar etiket is in strijd met de Europese regelgeving. Het nieuwe etiket moet dezelfde gevaarsaanduidingen bevatten als het originele etiket, inclusief de juiste H-zinnen en pictogrammen. Het zelf maken van een GHS-etiket voor intern gebruik is daarmee niet alleen toegestaan, maar wettelijk verplicht zodra de originele verpakking wordt geopend en omgepakt.
Een praktisch probleem in industriële omgevingen is dat een gevarenetiket loslaat door vocht, chemicaliën of mechanische belasting. Polyester etiketten met een chemisch bestendige laminaatlaag of een speciaal printlint voorkomen dit probleem en zorgen dat de chemische container leesbaar blijft gedurende de hele gebruiksperiode.
Wanneer is zelf etiketten maken goedkoper dan uitbesteden?
Zelf etiketten maken is goedkoper dan uitbesteden zodra het volume groot genoeg is en de variatie hoog. Bij uitbesteden betaal je per etiket, inclusief ontwerp- en opstartkosten. Bij zelf printen zijn de initiële investeringen in printer, software en materialen hoger, maar de kosten per etiket dalen snel naarmate je meer print.
De factoren die de kostenvergelijking bepalen zijn:
- Volume en frequentie. Organisaties die regelmatig nieuwe etiketten nodig hebben voor wisselende locaties, machines of chemische stoffen profiteren het meest van een eigen printopstelling.
- Variatie in ontwerp. Als elk etiket andere informatie bevat, zoals een uniek assetnummer, batchnummer of locatiecode, is uitbesteden kostbaar en traag. Zelf printen geeft directe controle.
- Snelheid en urgentie. Bij een defect of vervanging wil je een nieuw etiket direct beschikbaar hebben. Wachten op een externe leverancier kost tijd en kan veiligheidsrisico’s opleveren.
- Compliance-eisen. Organisaties die verplicht zijn om etiketten te produceren die voldoen aan specifieke normen, zoals GHS of ISO 20560, hebben meer controle over de kwaliteit en nauwkeurigheid wanneer ze zelf printen.
- Materiaalkosten. De prijs van tapes en printlinten varieert naar gelang het materiaaltype en de benodigde bestendigheid. Specialistische materialen zijn duurder per meter, maar de totaalkosten blijven lager dan uitbesteden bij regelmatig gebruik.
Voor organisaties die af en toe een enkel etiket nodig hebben zonder specifieke normeisen, kan uitbesteden nog steeds de meest praktische keuze zijn. Maar voor industriële omgevingen waar veiligheid, compliance en snelheid tellen, is een eigen printoplossing op de middellange termijn vrijwel altijd de verstandigere investering.

Zelf etiketten maken en printen doe je door een labelontwerpprogramma te combineren met een geschikte industriële printer en de juiste materialen. Voor tijdelijke toepassingen volstaat soms een eenvoudige opzet, maar voor duurzame industriële etiketten heb je vinyl of polyester materiaal, professionele ontwerpsoftware en een printer die daarmee overweg kan. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen: van materiaalkeuze en software tot normen, stappenplan en wanneer zelf printen financieel verstandiger is dan uitbesteden.
Welke materialen zijn geschikt voor het maken van etiketten?
Voor industriële etiketten zijn vinyl en polyester de meest geschikte materialen. Vinyl is flexibel, bestand tegen vocht en reinigingsmiddelen, en hecht goed op ruwe of gebogen oppervlakken. Polyester is harder, chemisch bestendig en behoudt zijn leesbaarheid ook bij blootstelling aan oliën, oplosmiddelen en extreme temperaturen. Papier is voor industriële toepassingen vrijwel nooit geschikt.
De materiaalkeuze hangt sterk af van de omgeving waarin het etiket moet functioneren. Een etiket op een chemische container moet bestand zijn tegen de stoffen die erin zitten en tegen frequente reiniging. Een etiket op een machine in een productieomgeving krijgt te maken met trillingen, hitte en soms agressieve schoonmaakmiddelen. In zulke situaties is een papieren etiket al na korte tijd onleesbaar of losgelaten.
Wanneer kies je voor vinyl?
Vinyl is de beste keuze voor oppervlakken die niet volledig vlak zijn, zoals buizen, tanks of apparatuur met een gebogen behuizing. High-tack vinyl hecht ook op minder gladde of licht vochtige ondergronden. Het materiaal is soepel genoeg om mee te buigen zonder te scheuren of los te laten. Voor leidingmarkering is vinyl dan ook een veelgebruikte keuze.
Wanneer kies je voor polyester?
Polyester heeft de voorkeur wanneer chemische bestendigheid of extreme temperatuurwisselingen een rol spelen. Denk aan etiketten op chemische containers, decanteerflacons of apparatuur in de procesindustrie. Het materiaal vervaagt niet snel, trekt niet krom en laat niet los door vocht of chemicaliën. Voor container labels is polyester dan ook een logische materiaalkeuze.
Welke software heb je nodig om etiketten te ontwerpen?
Voor het ontwerpen van industriële etiketten heb je labelontwerpsoftware nodig die werkt met vaste sjablonen, normen en databronnen. Generieke grafische programma’s zijn hiervoor minder geschikt omdat ze geen ondersteuning bieden voor barcode-generatie, variabele data of naleving van internationale etiketteringsnormen. Professionele labelontwerpsoftware vult die leemte.
Wij werken met de NiceLabel Software Suite, een professionele labelontwerptool die specifiek is ontwikkeld voor industriële identificatie. NiceLabel is software, geen printermerk. Het programma ondersteunt het ontwerpen van GHS-etiketten, het koppelen van databases voor variabele gegevens zoals batchnummers of locatiecodes, en het beheren van workflows voor teams die met meerdere gebruikers werken. Dat laatste is met name relevant voor HSE-managers en facility supervisors die etiketten centraal willen beheren.
Een goed ontwerpprogramma helpt ook bij de naleving van normen. Zo kun je sjablonen instellen die automatisch de juiste H-zinnen, pictogrammen en gevarencategorieën bevatten voor een GHS-etiket voor intern gebruik. Dat bespaart tijd en voorkomt fouten bij het handmatig invoeren van gevaarsaanduidingen.
Wat voor printer heb je nodig om etiketten te printen?
Voor het printen van duurzame industriële etiketten heb je een thermische transferprinter of een inkjetprinter die geschikt is voor vinyl en polyester. Gewone laserprinters of kantoorinkjetprinters zijn niet geschikt: ze produceren geen inkt of toner die bestand is tegen industriële omstandigheden zoals vocht, chemicaliën of mechanische slijtage.
Wij bieden onder andere de SMS-R1 en de SMS-430/460 aan. Dit zijn compacte industriële labelprinters met een geïntegreerde snijfunctie, geschikt voor het printen van etiketten in uiteenlopende maten en vormen. Ze werken met thermische transfertechnologie, waarbij een printlint de inkt permanent in het labelmateriaal verankert. Het resultaat is een etiket dat bestand is tegen chemicaliën, reinigingsmiddelen en extreme temperaturen.
De keuze voor een printer hangt af van het volume dat je wilt produceren, de gewenste afmetingen en het aantal kleuren. Voor eenvoudige zwart-witte labels volstaat een compactere printer. Voor meerkleurige veiligheidsetiketten of bordjes met pictogrammen en kleurcodes heb je een printer met meerdere kleurkanalen nodig.
Hoe maak je stap voor stap een etiket aan?
Een industrieel etiket maak je door achtereenvolgens het juiste materiaal te kiezen, het ontwerp aan te maken in labelontwerpsoftware, de printer in te stellen en het etiket te printen en te controleren. Het hele proces is herhaalbaar en schaalbaar zodra je sjablonen hebt aangemaakt.
- Bepaal het doel en de omgeving. Gaat het om een gevarenetiket voor een chemische container, een locatieetiket in een magazijn of een machine-ID? De omgeving bepaalt het materiaal en de normen waaraan het etiket moet voldoen.
- Kies het juiste materiaal. Selecteer vinyl of polyester op basis van de oppervlaktestructuur, de chemische blootstelling en de gewenste levensduur.
- Open je labelontwerpsoftware. Maak een nieuw sjabloon aan op het juiste formaat. Voeg vaste elementen toe zoals pictogrammen, bedrijfslogo of normaanduidingen, en variabele elementen zoals productnaam, batchnummer of H-zinnen.
- Voeg de verplichte informatie toe. Voor een GHS-etiket zijn dat minimaal de productnaam, gevarenpictogrammen, signaalwoord, H-zinnen en P-zinnen, en de naam van de verantwoordelijke partij.
- Stel de printer in. Kies het juiste printlint dat past bij het gekozen materiaal. Stel de afdruksnelheid en temperatuur in op de specificaties van het lint en het labelmateriaal.
- Print een proefexemplaar. Controleer leesbaarheid, kleurweergave en hechting voordat je een grotere oplage print.
- Breng het etiket aan en documenteer. Bevestig het etiket op een schone, droge ondergrond. Leg in je systeem vast welk etiket waar is aangebracht, zeker bij veiligheidstoepassingen.
Aan welke normen moeten industriële etiketten voldoen?
Industriële etiketten moeten voldoen aan de normen die van toepassing zijn op de specifieke toepassing. Voor gevaarlijke stoffen geldt de GHS/CLP-verordening, die voorschrijft welke pictogrammen, H-zinnen, P-zinnen en andere gegevens op een gevarenetiket moeten staan. Voor leidingmarkering geldt de ISO 20560-norm. Voor elektrische installaties zijn er eigen markeringsnormen.
Wat moet er op een GHS-etiket staan?
Een GHS-etiket voor intern gebruik of voor een omgepakte of gedecanteerfles moet minimaal bevatten: de productnaam of stofidentificatie, de toepasselijke gevarenpictogrammen, het signaalwoord (Gevaar of Waarschuwing), de relevante H-zinnen (gevarenaanduidingen) en P-zinnen (veiligheidsaanbevelingen), en de naam en contactgegevens van de verantwoordelijke leverancier of interne afdeling. Welke pictogrammen op een chemisch etiket horen, hangt af van de gevaarsklasse van de stof zoals vastgelegd in de CLP-verordening.
Wat zijn de regels voor omgepakte chemicaliën en decanteerflacons?
Wanneer je een chemische stof overpompt naar een kleinere container of decanteerfles, ben je verplicht die container opnieuw te etiketteren. Een chemische container zonder etiket of met een onleesbaar etiket is in strijd met de Europese regelgeving. Het nieuwe etiket moet dezelfde gevaarsaanduidingen bevatten als het originele etiket, inclusief de juiste H-zinnen en pictogrammen. Het zelf maken van een GHS-etiket voor intern gebruik is daarmee niet alleen toegestaan, maar wettelijk verplicht zodra de originele verpakking wordt geopend en omgepakt.
Een praktisch probleem in industriële omgevingen is dat een gevarenetiket loslaat door vocht, chemicaliën of mechanische belasting. Polyester etiketten met een chemisch bestendige laminaatlaag of een speciaal printlint voorkomen dit probleem en zorgen dat de chemische container leesbaar blijft gedurende de hele gebruiksperiode.
Wanneer is zelf etiketten maken goedkoper dan uitbesteden?
Zelf etiketten maken is goedkoper dan uitbesteden zodra het volume groot genoeg is en de variatie hoog. Bij uitbesteden betaal je per etiket, inclusief ontwerp- en opstartkosten. Bij zelf printen zijn de initiële investeringen in printer, software en materialen hoger, maar de kosten per etiket dalen snel naarmate je meer print.
De factoren die de kostenvergelijking bepalen zijn:
- Volume en frequentie. Organisaties die regelmatig nieuwe etiketten nodig hebben voor wisselende locaties, machines of chemische stoffen profiteren het meest van een eigen printopstelling.
- Variatie in ontwerp. Als elk etiket andere informatie bevat, zoals een uniek assetnummer, batchnummer of locatiecode, is uitbesteden kostbaar en traag. Zelf printen geeft directe controle.
- Snelheid en urgentie. Bij een defect of vervanging wil je een nieuw etiket direct beschikbaar hebben. Wachten op een externe leverancier kost tijd en kan veiligheidsrisico’s opleveren.
- Compliance-eisen. Organisaties die verplicht zijn om etiketten te produceren die voldoen aan specifieke normen, zoals GHS of ISO 20560, hebben meer controle over de kwaliteit en nauwkeurigheid wanneer ze zelf printen.
- Materiaalkosten. De prijs van tapes en printlinten varieert naar gelang het materiaaltype en de benodigde bestendigheid. Specialistische materialen zijn duurder per meter, maar de totaalkosten blijven lager dan uitbesteden bij regelmatig gebruik.
Voor organisaties die af en toe een enkel etiket nodig hebben zonder specifieke normeisen, kan uitbesteden nog steeds de meest praktische keuze zijn. Maar voor industriële omgevingen waar veiligheid, compliance en snelheid tellen, is een eigen printoplossing op de middellange termijn vrijwel altijd de verstandigere investering.





























































