
Je bent verplicht omgepakte chemicaliën te etiketteren zodra je een gevaarlijke stof uit de originele verpakking overhevelt naar een andere container, tenzij je valt onder een specifieke vrijstelling uit de CLP-verordening. Deze verplichting geldt voor vrijwel elke werkgever die met gevaarlijke stoffen werkt, van de chemische industrie tot het onderhoudsbedrijf dat schoonmaakmiddelen decanteert. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over wanneer, hoe en voor wie de etiketteringsplicht geldt.
Wat telt als ‘ompakken’ onder de CLP-verordening?
Ompakken onder de CLP-verordening betekent het overhevelen of afvullen van een gevaarlijke stof of mengsel uit de originele verpakking naar een andere container, ongeacht de hoeveelheid of het doel. Dit geldt ook wanneer je een grote jerrycan opdeelt in kleinere werkflessen, een sproeiflacon vult met een gecombineerd reinigingsmiddel, of een decanteerfles bijvult voor dagelijks gebruik op de werkvloer.
De CLP-verordening (EG nr. 1272/2008) maakt geen onderscheid op basis van de hoeveelheid die je omvult. Het gaat om het principe: zodra een gevaarlijke stof de originele, door de fabrikant geëtiketteerde verpakking verlaat, verliest de nieuwe container automatisch de bescherming van dat originele etiket. De inhoud kan nog steeds dezelfde risico’s met zich meebrengen, maar een medewerker die de fles oppakt, weet dat niet meer.
Praktische voorbeelden van wat als ompakken geldt:
- Een werkfles vullen met ontvetter uit een grootverpakking
- Zuur of loog afvullen in een kleinere maatbeker voor laboratoriumgebruik
- Smeermiddelen overbrengen naar een applicatieflacon
- Mengproducten samenstellen op basis van meerdere gevaarlijke stoffen
Belangrijk: ook het samenvoegen van twee of meer stoffen tot een mengsel valt onder de reikwijdte van de verordening. Bij twijfel of een handeling als ompakken wordt beschouwd, is de vuistregel eenvoudig: als de originele verpakking wordt verlaten, geldt de etiketteringsplicht.
Wanneer ben je als werkgever vrijgesteld van etiketteringsplicht?
Als werkgever ben je vrijgesteld van de volledige CLP-etiketteringsplicht wanneer de omgepakte stof uitsluitend op de werkplek wordt gebruikt, de gevaren afdoende via andere middelen worden gecommuniceerd, en de blootstelling gelijkwaardig beschermd is. Deze vrijstelling is echter strikt afgebakend en biedt geen vrijbrief om containers ongelabeld te laten staan.
De vrijstelling is vastgelegd in artikel 33 van de CLP-verordening en geldt alleen als aan alle volgende voorwaarden tegelijkertijd wordt voldaan:
- De stof is uitsluitend bestemd voor gebruik op de werkplek zelf, niet voor derden
- De werkgever heeft alternatieve maatregelen genomen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden, zoals duidelijke werkinstructies of aanvullende gevaarsaanduidingen
- De container wordt niet verlaten door de directe werkomgeving
In de praktijk is deze vrijstelling smaller dan veel werkgevers aannemen. Een decanteerfles die van afdeling naar afdeling reist, een werkfles in een gedeelde ruimte, of een container die ook door uitzendkrachten of bezoekers wordt gebruikt, valt al buiten de vrijstelling. Bovendien vereist de Arbowet dat werknemers altijd kunnen achterhalen met welke stof ze werken, wat in de praktijk betekent dat een etiket bijna altijd noodzakelijk is.
Welke informatie moet verplicht op een etiket voor omgepakte chemicaliën staan?
Een etiket voor omgepakte chemicaliën moet verplicht de naam van de stof of het mengsel, de gevarenpictogrammen, de signaalwoorden, de gevarenaanduidingen (H-zinnen), de veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen) en de naam van de verantwoordelijke partij bevatten. Dit zijn de zes kernelementen die de CLP-verordening voorschrijft voor ieder etiket van een gevaarlijke stof.
Concreet betekent dit dat een correct etiket voor een decanteerfles het volgende bevat:
- Productnaam of stofnaam zoals vermeld in het veiligheidsinformatieblad (VIB)
- GHS-pictogrammen in de juiste kleur en formaat (rood omrand, zwart symbool op witte achtergrond)
- Signaalwoord: “Gevaar” of “Waarschuwing” afhankelijk van de gevarenklasse
- H-zinnen die de specifieke gevaren beschrijven, zoals brandgevaar, huidirritatie of inademing
- P-zinnen met veiligheidsmaatregelen, zoals “Bewaar op een goed geventileerde plaats”
- Naam en contactgegevens van de verantwoordelijke leverancier of werkgever
Het etiket moet leesbaar zijn en bestand tegen de omstandigheden waaraan de container wordt blootgesteld. Op een werkplek waar vloeistoffen, reinigingsmiddelen of hoge temperaturen voorkomen, is een papieren etiket ongeschikt. Industriële polyester- of vinyletiketten zijn in zulke omgevingen de aangewezen keuze, omdat ze bestand zijn tegen chemicaliën en niet loslaten of vervagen.
Wat is het verschil tussen een CLP-etiket en een werkpleketiket?
Een CLP-etiket is het wettelijk verplichte etiket dat door de fabrikant of importeur op de originele verpakking wordt aangebracht en voldoet aan alle formele eisen van de CLP-verordening. Een werkpleketiket is een vereenvoudigd etiket dat een werkgever zelf aanbrengt op omgepakte containers voor intern gebruik, en dat minder formele eisen kent maar nog steeds alle essentiële gevarensinformatie moet bevatten.
Het CLP-etiket: de wettelijke standaard
Het CLP-etiket wordt door de fabrikant of importeur opgesteld op basis van de gevarenevaluatie van de stof. Het bevat alle verplichte elementen in de door de verordening voorgeschreven lay-out, inclusief de exacte formulering van H- en P-zinnen in de taal van het land van gebruik. Dit etiket is juridisch bindend en mag niet worden aangepast door de gebruiker.
Het werkpleketiket: flexibeler maar niet vrijblijvend
Het werkpleketiket dat een werkgever aanbrengt op een decanteerfles of werkcontainer biedt meer flexibiliteit in opmaak, maar niet in inhoud. De gevarensinformatie moet correct en volledig zijn. De CLP-verordening staat toe dat werkgevers in bepaalde gevallen de P-zinnen beperken tot de meest relevante, maar de pictogrammen, het signaalwoord en de H-zinnen mogen nooit worden weggelaten. Een werkpleketiket is dus geen vrijbrief voor een simpel naamplaatje.
Het onderscheid is in de praktijk vooral relevant voor de manier waarop je etiketten aanmaakt. Waar een CLP-etiket door de leverancier wordt geleverd, maak je een werkpleketiket zelf aan, bijvoorbeeld met labelbeheersoftware zoals NiceLabel in combinatie met een industriële labelprinter.
Welke sectoren lopen het meeste risico op etiketteringsboetes?
Sectoren die het meeste risico lopen op boetes voor onjuiste etikettering van omgepakte chemicaliën zijn de chemische en procesindustrie, de metaalbewerking, de schoonmaakbranche, de voedingsmiddelenindustrie en facilitaire dienstverlening. Dit zijn omgevingen waar dagelijks met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt en waar decanteerflessen en werkcontainers zonder etiket een veelvoorkomend probleem zijn.
De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) inspecteert actief op de naleving van de CLP-verordening en de Arbowet. Boetes worden opgelegd wanneer:
- Containers met gevaarlijke stoffen geen of onvolledige etiketten dragen
- Etiketten niet leesbaar zijn door slijtage of ongeschikt materiaal
- Werknemers niet kunnen achterhalen met welke stof ze werken
- Veiligheidsinformatiebladen ontbreken of niet overeenkomen met de gebruikte etiketten
Facilitaire en onderhoudsbedrijven worden regelmatig gecontroleerd, omdat ze op meerdere locaties werken en hun werkcontainers niet altijd consequent worden geëtiketteerd. Ook de logistieke sector, waar stoffen worden omgepakt voor intern transport, loopt een verhoogd risico. In al deze sectoren is een betrouwbaar systeem voor het aanmaken van conforme etiketten geen luxe maar een operationele noodzaak.
Hoe druk je conforme etiketten voor omgepakte chemicaliën zelf af?
Je drukt conforme etiketten voor omgepakte chemicaliën zelf af door een combinatie te gebruiken van professionele labelbeheersoftware voor de inhoud en opmaak, en een industriële labelprinter met het juiste materiaal voor de werkomgeving. Met de juiste setup maak je in enkele minuten een volledig CLP-conform etiket aan, inclusief pictogrammen, H- en P-zinnen en barcode.
Stap 1: Kies de juiste software
Software zoals NiceLabel maakt het mogelijk om labelsjablonen aan te maken die voldoen aan CLP-eisen. Je kunt GHS-pictogrammen, signaalwoorden en H- en P-zinnen opslaan als vaste elementen in een sjabloon, zodat medewerkers alleen de productnaam hoeven in te vullen en de rest automatisch correct wordt gegenereerd. Dit voorkomt fouten en zorgt voor consistentie over alle afdelingen heen.
Stap 2: Kies het juiste labelmateriaal
Voor omgepakte chemicaliën is het materiaal van het etiket minstens zo belangrijk als de inhoud. Op een werkplek met vloeistoffen, solventen of reinigingsmiddelen moet het etiket bestand zijn tegen chemische inwerking en vocht. Polyester- en vinyletiketten zijn hiervoor de standaard in industriële omgevingen. Papieren etiketten lossen op, vervagen of laten los, wat niet alleen gevaarlijk is maar ook juridisch onacceptabel.
Wij leveren industriële labelprinters zoals de SMS-R1 en SMS-430/460 die speciaal zijn ontworpen voor het afdrukken van duurzame etiketten op vinyl en polyester. Deze printers zijn compact genoeg voor gebruik op de werkplek en leveren etiketten die bestand zijn tegen de omstandigheden in de chemische industrie, het onderhoud en de procesindustrie. Zo zorg je ervoor dat elk etiket voor omgepakte chemicaliën niet alleen compliant is, maar ook daadwerkelijk leesbaar blijft gedurende de hele levensduur van de container.
Gerelateerde artikelen
- 5 meest over het hoofd geziene leidingtypen tijdens gebouwinspecties
- 5 effectieve inspectiemethoden voor leidingen zonder bouwtekeningen
- Welke materialen zijn het meest duurzaam voor etiketten op chemische flessen?
- Hoe lang blijft leidingmarkering leesbaar in een chemische omgeving?
- Welke vier elementen heeft een GHS etiket?
- Wat betekenen de markeringen op pijpleidingen?
- Hoe voorkom je boetes door ontbrekende airco kenplaten?
- Hoe print je kenplaten direct op locatie bij de klant?
- Hoe installeer je NiceLabel?
- Waarom print NiceLabel niet naar mijn printer?

Je bent verplicht omgepakte chemicaliën te etiketteren zodra je een gevaarlijke stof uit de originele verpakking overhevelt naar een andere container, tenzij je valt onder een specifieke vrijstelling uit de CLP-verordening. Deze verplichting geldt voor vrijwel elke werkgever die met gevaarlijke stoffen werkt, van de chemische industrie tot het onderhoudsbedrijf dat schoonmaakmiddelen decanteert. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over wanneer, hoe en voor wie de etiketteringsplicht geldt.
Wat telt als ‘ompakken’ onder de CLP-verordening?
Ompakken onder de CLP-verordening betekent het overhevelen of afvullen van een gevaarlijke stof of mengsel uit de originele verpakking naar een andere container, ongeacht de hoeveelheid of het doel. Dit geldt ook wanneer je een grote jerrycan opdeelt in kleinere werkflessen, een sproeiflacon vult met een gecombineerd reinigingsmiddel, of een decanteerfles bijvult voor dagelijks gebruik op de werkvloer.
De CLP-verordening (EG nr. 1272/2008) maakt geen onderscheid op basis van de hoeveelheid die je omvult. Het gaat om het principe: zodra een gevaarlijke stof de originele, door de fabrikant geëtiketteerde verpakking verlaat, verliest de nieuwe container automatisch de bescherming van dat originele etiket. De inhoud kan nog steeds dezelfde risico’s met zich meebrengen, maar een medewerker die de fles oppakt, weet dat niet meer.
Praktische voorbeelden van wat als ompakken geldt:
- Een werkfles vullen met ontvetter uit een grootverpakking
- Zuur of loog afvullen in een kleinere maatbeker voor laboratoriumgebruik
- Smeermiddelen overbrengen naar een applicatieflacon
- Mengproducten samenstellen op basis van meerdere gevaarlijke stoffen
Belangrijk: ook het samenvoegen van twee of meer stoffen tot een mengsel valt onder de reikwijdte van de verordening. Bij twijfel of een handeling als ompakken wordt beschouwd, is de vuistregel eenvoudig: als de originele verpakking wordt verlaten, geldt de etiketteringsplicht.
Wanneer ben je als werkgever vrijgesteld van etiketteringsplicht?
Als werkgever ben je vrijgesteld van de volledige CLP-etiketteringsplicht wanneer de omgepakte stof uitsluitend op de werkplek wordt gebruikt, de gevaren afdoende via andere middelen worden gecommuniceerd, en de blootstelling gelijkwaardig beschermd is. Deze vrijstelling is echter strikt afgebakend en biedt geen vrijbrief om containers ongelabeld te laten staan.
De vrijstelling is vastgelegd in artikel 33 van de CLP-verordening en geldt alleen als aan alle volgende voorwaarden tegelijkertijd wordt voldaan:
- De stof is uitsluitend bestemd voor gebruik op de werkplek zelf, niet voor derden
- De werkgever heeft alternatieve maatregelen genomen die een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden, zoals duidelijke werkinstructies of aanvullende gevaarsaanduidingen
- De container wordt niet verlaten door de directe werkomgeving
In de praktijk is deze vrijstelling smaller dan veel werkgevers aannemen. Een decanteerfles die van afdeling naar afdeling reist, een werkfles in een gedeelde ruimte, of een container die ook door uitzendkrachten of bezoekers wordt gebruikt, valt al buiten de vrijstelling. Bovendien vereist de Arbowet dat werknemers altijd kunnen achterhalen met welke stof ze werken, wat in de praktijk betekent dat een etiket bijna altijd noodzakelijk is.
Welke informatie moet verplicht op een etiket voor omgepakte chemicaliën staan?
Een etiket voor omgepakte chemicaliën moet verplicht de naam van de stof of het mengsel, de gevarenpictogrammen, de signaalwoorden, de gevarenaanduidingen (H-zinnen), de veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen) en de naam van de verantwoordelijke partij bevatten. Dit zijn de zes kernelementen die de CLP-verordening voorschrijft voor ieder etiket van een gevaarlijke stof.
Concreet betekent dit dat een correct etiket voor een decanteerfles het volgende bevat:
- Productnaam of stofnaam zoals vermeld in het veiligheidsinformatieblad (VIB)
- GHS-pictogrammen in de juiste kleur en formaat (rood omrand, zwart symbool op witte achtergrond)
- Signaalwoord: “Gevaar” of “Waarschuwing” afhankelijk van de gevarenklasse
- H-zinnen die de specifieke gevaren beschrijven, zoals brandgevaar, huidirritatie of inademing
- P-zinnen met veiligheidsmaatregelen, zoals “Bewaar op een goed geventileerde plaats”
- Naam en contactgegevens van de verantwoordelijke leverancier of werkgever
Het etiket moet leesbaar zijn en bestand tegen de omstandigheden waaraan de container wordt blootgesteld. Op een werkplek waar vloeistoffen, reinigingsmiddelen of hoge temperaturen voorkomen, is een papieren etiket ongeschikt. Industriële polyester- of vinyletiketten zijn in zulke omgevingen de aangewezen keuze, omdat ze bestand zijn tegen chemicaliën en niet loslaten of vervagen.
Wat is het verschil tussen een CLP-etiket en een werkpleketiket?
Een CLP-etiket is het wettelijk verplichte etiket dat door de fabrikant of importeur op de originele verpakking wordt aangebracht en voldoet aan alle formele eisen van de CLP-verordening. Een werkpleketiket is een vereenvoudigd etiket dat een werkgever zelf aanbrengt op omgepakte containers voor intern gebruik, en dat minder formele eisen kent maar nog steeds alle essentiële gevarensinformatie moet bevatten.
Het CLP-etiket: de wettelijke standaard
Het CLP-etiket wordt door de fabrikant of importeur opgesteld op basis van de gevarenevaluatie van de stof. Het bevat alle verplichte elementen in de door de verordening voorgeschreven lay-out, inclusief de exacte formulering van H- en P-zinnen in de taal van het land van gebruik. Dit etiket is juridisch bindend en mag niet worden aangepast door de gebruiker.
Het werkpleketiket: flexibeler maar niet vrijblijvend
Het werkpleketiket dat een werkgever aanbrengt op een decanteerfles of werkcontainer biedt meer flexibiliteit in opmaak, maar niet in inhoud. De gevarensinformatie moet correct en volledig zijn. De CLP-verordening staat toe dat werkgevers in bepaalde gevallen de P-zinnen beperken tot de meest relevante, maar de pictogrammen, het signaalwoord en de H-zinnen mogen nooit worden weggelaten. Een werkpleketiket is dus geen vrijbrief voor een simpel naamplaatje.
Het onderscheid is in de praktijk vooral relevant voor de manier waarop je etiketten aanmaakt. Waar een CLP-etiket door de leverancier wordt geleverd, maak je een werkpleketiket zelf aan, bijvoorbeeld met labelbeheersoftware zoals NiceLabel in combinatie met een industriële labelprinter.
Welke sectoren lopen het meeste risico op etiketteringsboetes?
Sectoren die het meeste risico lopen op boetes voor onjuiste etikettering van omgepakte chemicaliën zijn de chemische en procesindustrie, de metaalbewerking, de schoonmaakbranche, de voedingsmiddelenindustrie en facilitaire dienstverlening. Dit zijn omgevingen waar dagelijks met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt en waar decanteerflessen en werkcontainers zonder etiket een veelvoorkomend probleem zijn.
De Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) inspecteert actief op de naleving van de CLP-verordening en de Arbowet. Boetes worden opgelegd wanneer:
- Containers met gevaarlijke stoffen geen of onvolledige etiketten dragen
- Etiketten niet leesbaar zijn door slijtage of ongeschikt materiaal
- Werknemers niet kunnen achterhalen met welke stof ze werken
- Veiligheidsinformatiebladen ontbreken of niet overeenkomen met de gebruikte etiketten
Facilitaire en onderhoudsbedrijven worden regelmatig gecontroleerd, omdat ze op meerdere locaties werken en hun werkcontainers niet altijd consequent worden geëtiketteerd. Ook de logistieke sector, waar stoffen worden omgepakt voor intern transport, loopt een verhoogd risico. In al deze sectoren is een betrouwbaar systeem voor het aanmaken van conforme etiketten geen luxe maar een operationele noodzaak.
Hoe druk je conforme etiketten voor omgepakte chemicaliën zelf af?
Je drukt conforme etiketten voor omgepakte chemicaliën zelf af door een combinatie te gebruiken van professionele labelbeheersoftware voor de inhoud en opmaak, en een industriële labelprinter met het juiste materiaal voor de werkomgeving. Met de juiste setup maak je in enkele minuten een volledig CLP-conform etiket aan, inclusief pictogrammen, H- en P-zinnen en barcode.
Stap 1: Kies de juiste software
Software zoals NiceLabel maakt het mogelijk om labelsjablonen aan te maken die voldoen aan CLP-eisen. Je kunt GHS-pictogrammen, signaalwoorden en H- en P-zinnen opslaan als vaste elementen in een sjabloon, zodat medewerkers alleen de productnaam hoeven in te vullen en de rest automatisch correct wordt gegenereerd. Dit voorkomt fouten en zorgt voor consistentie over alle afdelingen heen.
Stap 2: Kies het juiste labelmateriaal
Voor omgepakte chemicaliën is het materiaal van het etiket minstens zo belangrijk als de inhoud. Op een werkplek met vloeistoffen, solventen of reinigingsmiddelen moet het etiket bestand zijn tegen chemische inwerking en vocht. Polyester- en vinyletiketten zijn hiervoor de standaard in industriële omgevingen. Papieren etiketten lossen op, vervagen of laten los, wat niet alleen gevaarlijk is maar ook juridisch onacceptabel.
Wij leveren industriële labelprinters zoals de SMS-R1 en SMS-430/460 die speciaal zijn ontworpen voor het afdrukken van duurzame etiketten op vinyl en polyester. Deze printers zijn compact genoeg voor gebruik op de werkplek en leveren etiketten die bestand zijn tegen de omstandigheden in de chemische industrie, het onderhoud en de procesindustrie. Zo zorg je ervoor dat elk etiket voor omgepakte chemicaliën niet alleen compliant is, maar ook daadwerkelijk leesbaar blijft gedurende de hele levensduur van de container.





























































