
Een CLP-label moet verplicht zes elementen bevatten: gevaarpictogrammen, signaalwoorden, gevaarlijke stoffen met hun concentratie, H-zinnen (gevarenaanduidingen), P-zinnen (veiligheidsaanbevelingen) en de identificatiegegevens van de leverancier. Deze eisen gelden voor alle gevaarlijke chemische stoffen en mengsels die op de Europese markt worden gebracht, en zijn vastgelegd in de CLP-verordening (EG) nr. 1272/2008. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over CLP-etiketten, van verplichte inhoud tot afmetingen en praktische toepassingen.
Welke elementen zijn verplicht op een CLP-label?
Een CLP-conform etiket moet minimaal zes verplichte elementen bevatten: de naam, het adres en het telefoonnummer van de leverancier, de nominale hoeveelheid van de stof, de productidentificatie, de gevaarpictogrammen, het signaalwoord (“Gevaar” of “Waarschuwing”), en de relevante H-zinnen en P-zinnen. Zonder één van deze elementen voldoet het etiket niet aan de Europese regelgeving.
Elk element heeft een specifieke functie. De productidentificatie zorgt ervoor dat gebruikers precies weten wat er in de verpakking zit. De gevaarpictogrammen communiceren in één oogopslag welk type gevaar de stof met zich meebrengt. Het signaalwoord geeft de ernst van het gevaar aan: “Gevaar” voor ernstigere risico’s, “Waarschuwing” voor minder ernstige. De H-zinnen beschrijven de specifieke gevaren van de stof, terwijl de P-zinnen aangeven welke voorzorgsmaatregelen gebruikers moeten nemen.
Naast de verplichte elementen mag een etiket aanvullende informatie bevatten, zoals gebruiksinstructies of biocide-informatie, maar deze mag de verplichte elementen niet verdringen of verwarring veroorzaken. De verplichte informatie moet altijd duidelijk leesbaar en prominent aanwezig zijn.
Wat is het verschil tussen CLP en GHS?
GHS (Globally Harmonized System) is het internationale raamwerk voor het classificeren en etiketteren van gevaarlijke stoffen, ontwikkeld door de Verenigde Naties. CLP (Classification, Labelling and Packaging) is de Europese vertaling van dat systeem, vastgelegd in EU-verordening 1272/2008. Het verschil zit hem in de juridische status: GHS is een aanbeveling, CLP is bindende Europese wetgeving.
In de praktijk zijn de pictogrammen, H-zinnen en P-zinnen in beide systemen grotendeels identiek. Een GHS-etiket voor intern gebruik en een CLP-etiket zien er daarom vaak hetzelfde uit. Het verschil wordt pas zichtbaar in de details: CLP schrijft specifieke minimumafmetingen voor etiketten voor, heeft aanvullende eisen voor bepaalde productcategorieën zoals gassen en biociden, en bevat specifieke regels voor de verpakking zelf.
Voor bedrijven die chemicaliën exporteren buiten de EU is het relevant om te weten dat niet alle landen GHS op dezelfde manier hebben geïmplementeerd. Binnen de EU geldt CLP altijd, maar bij export naar landen buiten de EU kunnen aanvullende of afwijkende etiketteringseisen gelden. Het is verstandig om per exportmarkt de lokale implementatie van GHS te controleren.
Welke gevaarpictogrammen horen op een CLP-etiket?
CLP kent negen officiële gevaarpictogrammen, elk herkenbaar aan een rood ruitvormig kader met een zwart symbool op witte achtergrond. Welke pictogrammen op een specifiek etiket horen, hangt af van de classificatie van de stof of het mengsel. Een stof kan meerdere pictogrammen vereisen als zij meerdere gevaarlijke eigenschappen heeft.
De negen CLP-pictogrammen zijn:
- GHS01 – Explosief (bom)
- GHS02 – Ontvlambaar (vlam)
- GHS03 – Oxiderend (vlam boven cirkel)
- GHS04 – Samengeperst gas (gascilinder)
- GHS05 – Corrosief (inwerking op metaal en huid)
- GHS06 – Acuut toxisch, ernstig (doodshoofd)
- GHS07 – Schadelijk of irriterend (uitroepteken)
- GHS08 – Gevaar voor de gezondheid op lange termijn (beschadigd hart)
- GHS09 – Milieugevaarlijk (dode boom en vis)
Bij de vraag welke pictogrammen op een chemisch etiket horen, is het veiligheidsinformatieblad (SDS) van de stof de leidende bron. Daarin staat de officiële classificatie vermeld. Gebruik die classificatie als basis voor het samenstellen van het etiket, en zorg dat de pictogrammen goed leesbaar zijn en niet kleiner zijn dan de minimumafmetingen die de CLP-verordening voorschrijft.
Hoe groot moet een CLP-label zijn?
De minimumafmetingen van een CLP-label zijn afhankelijk van de inhoud van de verpakking. Voor verpakkingen tot 3 liter geldt een minimumformaat van 52 x 74 mm, voor verpakkingen tussen 3 en 50 liter minimaal 74 x 105 mm, en voor verpakkingen groter dan 500 liter minimaal 148 x 210 mm. De gevaarpictogrammen zelf moeten minimaal 1 cm² groot zijn.
Naast de afmetingen van het etiket zelf gelden er ook eisen voor de grootte van de individuele pictogrammen. Bij verpakkingen tot 3 liter moeten de pictogrammen minimaal 1 cm² bedragen. Bij grotere verpakkingen loopt dit op tot minimaal 6,25 cm² voor verpakkingen van meer dan 500 liter. Deze eisen zijn bedoeld om te garanderen dat de informatie ook op afstand goed leesbaar blijft.
Voor de praktijk betekent dit dat een etiket voor een decanteerfles of een kleine interne container altijd aan deze minimumafmetingen moet voldoen, ook als de verpakking klein is. Een zelfgemaakt etiket op een klein potje of flesje dat te klein of te onduidelijk is gedrukt, voldoet dus niet aan de CLP-eisen, ongeacht of de inhoud correct is.
Wil je duurzame etiketten produceren die ook na langdurig contact met chemicaliën leesbaar blijven? Dan is een industrieel printmateriaal zoals chemisch-bestendig polyester of high-tack vinyl de juiste keuze. Papieren etiketten lossen op, verkleuren of laten los bij blootstelling aan reinigingsmiddelen of oplosmiddelen, wat direct een veiligheidsrisico oplevert.
Wanneer is een CLP-label niet verplicht?
Een CLP-label is niet verplicht wanneer een stof of mengsel niet als gevaarlijk is geclassificeerd onder de CLP-verordening. Daarnaast gelden vrijstellingen voor bepaalde categorieën, zoals geneesmiddelen, cosmetica, levensmiddelen en diervoeders die onder eigen sectorspecifieke regelgeving vallen. Ook radioactief materiaal en afvalstoffen vallen buiten de directe reikwijdte van CLP.
Een veelgestelde vraag is of een CLP-label verplicht is bij omgepakte chemicaliën of intern gebruik. Het antwoord is: ja, ook bij intern omvullen of decanteren geldt de etiketteringsplicht. Wanneer een gevaarlijke stof wordt overgebracht naar een andere verpakking, ook als dat alleen intern is, moet die nieuwe verpakking een CLP-conform etiket krijgen. Een chemische container zonder etiket is in vrijwel alle gevallen een overtreding, ook als de inhoud intern bekend is.
Een uitzondering bestaat voor kleine hoeveelheden die direct en volledig worden verbruikt, waarbij de stof de werkplek niet verlaat en de gebruiker volledig op de hoogte is van de inhoud. Maar in industriële omgevingen is deze uitzondering zelden van toepassing. De veiligheid van collega’s en hulpdiensten vereist altijd duidelijke en correcte identificatie.
Hoe maak je zelf een CLP-conform etiket aan?
Om zelf een GHS- of CLP-conform etiket te maken, heb je drie dingen nodig: de correcte classificatiegegevens uit het veiligheidsinformatieblad van de stof, geschikte ontwerpsoftware die de juiste pictogrammen en tekstelementen ondersteunt, en een printer met duurzaam printmateriaal dat bestand is tegen de omstandigheden waaraan het etiket wordt blootgesteld.
Volg bij het aanmaken van een gevarenetiket deze stappen:
- Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad (SDS) van de stof voor de officiële classificatie, H-zinnen en P-zinnen.
- Kies de juiste pictogrammen op basis van de gevarenklassen in het SDS.
- Bepaal het signaalwoord (“Gevaar” of “Waarschuwing”) op basis van de hoogste gevarencategorie.
- Voeg de leveranciersgegevens toe: naam, adres en telefoonnummer.
- Controleer of het etiketformaat voldoet aan de minimumafmetingen voor de betreffende verpakkingsgrootte.
- Druk het etiket af op chemisch-bestendig materiaal, zoals polyester of vinyl.
Professionele labelsoftware zoals NiceLabel ondersteunt dit proces door standaard CLP-pictogrammen en gevalideerde tekstelementen beschikbaar te maken in één ontwerkomgeving. NiceLabel is software, geen printermerk, en werkt samen met diverse industriële labelprinters. Wij bieden de combinatie van NiceLabel-software en geschikte printers en materialen aan, zodat je volledig zelfstandig conforme etiketten kunt produceren.
Voor toepassingen zoals container labels is het extra belangrijk dat het printmateriaal bestand is tegen langdurige blootstelling aan chemicaliën, vocht en reinigingsmiddelen. Polyester en vinyl zijn hiervoor de aangewezen materialen; papier is in industriële omgevingen geen geschikte optie.
Wat zijn de gevolgen van een onjuist CLP-label?
Een onjuist of ontbrekend CLP-label kan leiden tot boetes, stillegging van productieprocessen, aansprakelijkheid bij incidenten en reputatieschade. In ernstige gevallen, waarbij een onjuist etiket bijdraagt aan een bedrijfsongeval, kan de verantwoordelijke persoon of organisatie strafrechtelijk worden vervolgd. De Inspectie SZW (Arbeidsinspectie) in Nederland handhaaft actief op naleving van etiketteringsverplichtingen.
Naast de juridische gevolgen zijn er ook directe veiligheidsrisico’s. Als een gevarenetiket loslaat, vervaagt of onleesbaar wordt, weten collega’s en hulpdiensten niet meer waarmee ze te maken hebben. Dat vergroot de kans op verkeerd gebruik, onjuiste eerste hulp bij een incident en ernstige verwondingen. Een chemische container leesbaar houden is daarom niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een fundamentele veiligheidsmaatregel.
Veelgemaakte fouten die tot niet-conforme etiketten leiden zijn:
- Ontbrekende of verouderde H-zinnen en P-zinnen
- Pictogrammen die te klein zijn of niet het juiste ruitvormige kader hebben
- Geen leveranciersgegevens op het etiket
- Etiketten van papier of ander niet-duurzaam materiaal dat snel loslaat of vervaagt
- Onjuist signaalwoord bij de gevarenclassificatie
Voor toepassingen waarbij chemicaliën worden opgeslagen of getransporteerd in grotere vaten of tanks, is het ook nuttig om te kijken naar aanvullende identificatie zoals leidingmarkering conform ISO 20560, zodat ook het transportsysteem rondom gevaarlijke stoffen correct is geïdentificeerd.
Investeren in duurzame, goed bevestigde etiketten van vinyl of polyester is de meest effectieve manier om zowel de veiligheid als de compliance op de werkvloer te waarborgen. Een etiket dat loslaat of onleesbaar wordt, is geen etiket meer, en dat is precies het moment waarop risico’s ontstaan.

Een CLP-label moet verplicht zes elementen bevatten: gevaarpictogrammen, signaalwoorden, gevaarlijke stoffen met hun concentratie, H-zinnen (gevarenaanduidingen), P-zinnen (veiligheidsaanbevelingen) en de identificatiegegevens van de leverancier. Deze eisen gelden voor alle gevaarlijke chemische stoffen en mengsels die op de Europese markt worden gebracht, en zijn vastgelegd in de CLP-verordening (EG) nr. 1272/2008. Hieronder beantwoorden we de meest gestelde vragen over CLP-etiketten, van verplichte inhoud tot afmetingen en praktische toepassingen.
Welke elementen zijn verplicht op een CLP-label?
Een CLP-conform etiket moet minimaal zes verplichte elementen bevatten: de naam, het adres en het telefoonnummer van de leverancier, de nominale hoeveelheid van de stof, de productidentificatie, de gevaarpictogrammen, het signaalwoord (“Gevaar” of “Waarschuwing”), en de relevante H-zinnen en P-zinnen. Zonder één van deze elementen voldoet het etiket niet aan de Europese regelgeving.
Elk element heeft een specifieke functie. De productidentificatie zorgt ervoor dat gebruikers precies weten wat er in de verpakking zit. De gevaarpictogrammen communiceren in één oogopslag welk type gevaar de stof met zich meebrengt. Het signaalwoord geeft de ernst van het gevaar aan: “Gevaar” voor ernstigere risico’s, “Waarschuwing” voor minder ernstige. De H-zinnen beschrijven de specifieke gevaren van de stof, terwijl de P-zinnen aangeven welke voorzorgsmaatregelen gebruikers moeten nemen.
Naast de verplichte elementen mag een etiket aanvullende informatie bevatten, zoals gebruiksinstructies of biocide-informatie, maar deze mag de verplichte elementen niet verdringen of verwarring veroorzaken. De verplichte informatie moet altijd duidelijk leesbaar en prominent aanwezig zijn.
Wat is het verschil tussen CLP en GHS?
GHS (Globally Harmonized System) is het internationale raamwerk voor het classificeren en etiketteren van gevaarlijke stoffen, ontwikkeld door de Verenigde Naties. CLP (Classification, Labelling and Packaging) is de Europese vertaling van dat systeem, vastgelegd in EU-verordening 1272/2008. Het verschil zit hem in de juridische status: GHS is een aanbeveling, CLP is bindende Europese wetgeving.
In de praktijk zijn de pictogrammen, H-zinnen en P-zinnen in beide systemen grotendeels identiek. Een GHS-etiket voor intern gebruik en een CLP-etiket zien er daarom vaak hetzelfde uit. Het verschil wordt pas zichtbaar in de details: CLP schrijft specifieke minimumafmetingen voor etiketten voor, heeft aanvullende eisen voor bepaalde productcategorieën zoals gassen en biociden, en bevat specifieke regels voor de verpakking zelf.
Voor bedrijven die chemicaliën exporteren buiten de EU is het relevant om te weten dat niet alle landen GHS op dezelfde manier hebben geïmplementeerd. Binnen de EU geldt CLP altijd, maar bij export naar landen buiten de EU kunnen aanvullende of afwijkende etiketteringseisen gelden. Het is verstandig om per exportmarkt de lokale implementatie van GHS te controleren.
Welke gevaarpictogrammen horen op een CLP-etiket?
CLP kent negen officiële gevaarpictogrammen, elk herkenbaar aan een rood ruitvormig kader met een zwart symbool op witte achtergrond. Welke pictogrammen op een specifiek etiket horen, hangt af van de classificatie van de stof of het mengsel. Een stof kan meerdere pictogrammen vereisen als zij meerdere gevaarlijke eigenschappen heeft.
De negen CLP-pictogrammen zijn:
- GHS01 – Explosief (bom)
- GHS02 – Ontvlambaar (vlam)
- GHS03 – Oxiderend (vlam boven cirkel)
- GHS04 – Samengeperst gas (gascilinder)
- GHS05 – Corrosief (inwerking op metaal en huid)
- GHS06 – Acuut toxisch, ernstig (doodshoofd)
- GHS07 – Schadelijk of irriterend (uitroepteken)
- GHS08 – Gevaar voor de gezondheid op lange termijn (beschadigd hart)
- GHS09 – Milieugevaarlijk (dode boom en vis)
Bij de vraag welke pictogrammen op een chemisch etiket horen, is het veiligheidsinformatieblad (SDS) van de stof de leidende bron. Daarin staat de officiële classificatie vermeld. Gebruik die classificatie als basis voor het samenstellen van het etiket, en zorg dat de pictogrammen goed leesbaar zijn en niet kleiner zijn dan de minimumafmetingen die de CLP-verordening voorschrijft.
Hoe groot moet een CLP-label zijn?
De minimumafmetingen van een CLP-label zijn afhankelijk van de inhoud van de verpakking. Voor verpakkingen tot 3 liter geldt een minimumformaat van 52 x 74 mm, voor verpakkingen tussen 3 en 50 liter minimaal 74 x 105 mm, en voor verpakkingen groter dan 500 liter minimaal 148 x 210 mm. De gevaarpictogrammen zelf moeten minimaal 1 cm² groot zijn.
Naast de afmetingen van het etiket zelf gelden er ook eisen voor de grootte van de individuele pictogrammen. Bij verpakkingen tot 3 liter moeten de pictogrammen minimaal 1 cm² bedragen. Bij grotere verpakkingen loopt dit op tot minimaal 6,25 cm² voor verpakkingen van meer dan 500 liter. Deze eisen zijn bedoeld om te garanderen dat de informatie ook op afstand goed leesbaar blijft.
Voor de praktijk betekent dit dat een etiket voor een decanteerfles of een kleine interne container altijd aan deze minimumafmetingen moet voldoen, ook als de verpakking klein is. Een zelfgemaakt etiket op een klein potje of flesje dat te klein of te onduidelijk is gedrukt, voldoet dus niet aan de CLP-eisen, ongeacht of de inhoud correct is.
Wil je duurzame etiketten produceren die ook na langdurig contact met chemicaliën leesbaar blijven? Dan is een industrieel printmateriaal zoals chemisch-bestendig polyester of high-tack vinyl de juiste keuze. Papieren etiketten lossen op, verkleuren of laten los bij blootstelling aan reinigingsmiddelen of oplosmiddelen, wat direct een veiligheidsrisico oplevert.
Wanneer is een CLP-label niet verplicht?
Een CLP-label is niet verplicht wanneer een stof of mengsel niet als gevaarlijk is geclassificeerd onder de CLP-verordening. Daarnaast gelden vrijstellingen voor bepaalde categorieën, zoals geneesmiddelen, cosmetica, levensmiddelen en diervoeders die onder eigen sectorspecifieke regelgeving vallen. Ook radioactief materiaal en afvalstoffen vallen buiten de directe reikwijdte van CLP.
Een veelgestelde vraag is of een CLP-label verplicht is bij omgepakte chemicaliën of intern gebruik. Het antwoord is: ja, ook bij intern omvullen of decanteren geldt de etiketteringsplicht. Wanneer een gevaarlijke stof wordt overgebracht naar een andere verpakking, ook als dat alleen intern is, moet die nieuwe verpakking een CLP-conform etiket krijgen. Een chemische container zonder etiket is in vrijwel alle gevallen een overtreding, ook als de inhoud intern bekend is.
Een uitzondering bestaat voor kleine hoeveelheden die direct en volledig worden verbruikt, waarbij de stof de werkplek niet verlaat en de gebruiker volledig op de hoogte is van de inhoud. Maar in industriële omgevingen is deze uitzondering zelden van toepassing. De veiligheid van collega’s en hulpdiensten vereist altijd duidelijke en correcte identificatie.
Hoe maak je zelf een CLP-conform etiket aan?
Om zelf een GHS- of CLP-conform etiket te maken, heb je drie dingen nodig: de correcte classificatiegegevens uit het veiligheidsinformatieblad van de stof, geschikte ontwerpsoftware die de juiste pictogrammen en tekstelementen ondersteunt, en een printer met duurzaam printmateriaal dat bestand is tegen de omstandigheden waaraan het etiket wordt blootgesteld.
Volg bij het aanmaken van een gevarenetiket deze stappen:
- Raadpleeg het veiligheidsinformatieblad (SDS) van de stof voor de officiële classificatie, H-zinnen en P-zinnen.
- Kies de juiste pictogrammen op basis van de gevarenklassen in het SDS.
- Bepaal het signaalwoord (“Gevaar” of “Waarschuwing”) op basis van de hoogste gevarencategorie.
- Voeg de leveranciersgegevens toe: naam, adres en telefoonnummer.
- Controleer of het etiketformaat voldoet aan de minimumafmetingen voor de betreffende verpakkingsgrootte.
- Druk het etiket af op chemisch-bestendig materiaal, zoals polyester of vinyl.
Professionele labelsoftware zoals NiceLabel ondersteunt dit proces door standaard CLP-pictogrammen en gevalideerde tekstelementen beschikbaar te maken in één ontwerkomgeving. NiceLabel is software, geen printermerk, en werkt samen met diverse industriële labelprinters. Wij bieden de combinatie van NiceLabel-software en geschikte printers en materialen aan, zodat je volledig zelfstandig conforme etiketten kunt produceren.
Voor toepassingen zoals container labels is het extra belangrijk dat het printmateriaal bestand is tegen langdurige blootstelling aan chemicaliën, vocht en reinigingsmiddelen. Polyester en vinyl zijn hiervoor de aangewezen materialen; papier is in industriële omgevingen geen geschikte optie.
Wat zijn de gevolgen van een onjuist CLP-label?
Een onjuist of ontbrekend CLP-label kan leiden tot boetes, stillegging van productieprocessen, aansprakelijkheid bij incidenten en reputatieschade. In ernstige gevallen, waarbij een onjuist etiket bijdraagt aan een bedrijfsongeval, kan de verantwoordelijke persoon of organisatie strafrechtelijk worden vervolgd. De Inspectie SZW (Arbeidsinspectie) in Nederland handhaaft actief op naleving van etiketteringsverplichtingen.
Naast de juridische gevolgen zijn er ook directe veiligheidsrisico’s. Als een gevarenetiket loslaat, vervaagt of onleesbaar wordt, weten collega’s en hulpdiensten niet meer waarmee ze te maken hebben. Dat vergroot de kans op verkeerd gebruik, onjuiste eerste hulp bij een incident en ernstige verwondingen. Een chemische container leesbaar houden is daarom niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een fundamentele veiligheidsmaatregel.
Veelgemaakte fouten die tot niet-conforme etiketten leiden zijn:
- Ontbrekende of verouderde H-zinnen en P-zinnen
- Pictogrammen die te klein zijn of niet het juiste ruitvormige kader hebben
- Geen leveranciersgegevens op het etiket
- Etiketten van papier of ander niet-duurzaam materiaal dat snel loslaat of vervaagt
- Onjuist signaalwoord bij de gevarenclassificatie
Voor toepassingen waarbij chemicaliën worden opgeslagen of getransporteerd in grotere vaten of tanks, is het ook nuttig om te kijken naar aanvullende identificatie zoals leidingmarkering conform ISO 20560, zodat ook het transportsysteem rondom gevaarlijke stoffen correct is geïdentificeerd.
Investeren in duurzame, goed bevestigde etiketten van vinyl of polyester is de meest effectieve manier om zowel de veiligheid als de compliance op de werkvloer te waarborgen. Een etiket dat loslaat of onleesbaar wordt, is geen etiket meer, en dat is precies het moment waarop risico’s ontstaan.





















































