Industriële chemische container met duurzaam polyester etiket, omringd door ISO-, GHS- en CLP-compliance documenten op stalen werkoppervlak.

In 2026 moeten etiketten op omgepakte chemicaliën voldoen aan de CLP-verordening (EG nr. 1272/2008), die gevaarsinformatie zoals gevarenpictogrammen, signaalwoorden, gevarenzinnen en identificatiegegevens van de leverancier of gebruiker verplicht stelt. Dit geldt voor elke situatie waarbij een gevaarlijke stof uit de originele verpakking wordt overgebracht naar een andere container. De exacte eisen hangen af van of de stof intern wordt gebruikt of aan derden wordt geleverd. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over correcte etikettering van omgepakte stoffen in 2026.

Welke stoffen vallen onder de regels voor omgepakte stoffen?

De regels voor omgepakte stoffen gelden voor alle gevaarlijke chemische stoffen en mengsels die uit hun originele verpakking worden overgebracht naar een andere container, zoals een decanteerfles, jerrycan of spuitfles. Dit omvat reinigingsmiddelen, oplosmiddelen, zuren, basen, brandstoffen en andere stoffen die onder de CLP-verordening als gevaarlijk zijn geclassificeerd.

In de praktijk gaat het om stoffen die zijn ingedeeld op basis van hun fysische gevaren (zoals ontvlambaarheid), gezondheidsgevaren (zoals toxiciteit of corrosiviteit) of milieugevaren. Zodra een dergelijke stof van de originele leveranciersverpakking naar een andere container wordt overgeheveld, is er sprake van een omgepakte stof en zijn etiketteringsverplichtingen van toepassing.

Niet-gevaarlijke stoffen vallen buiten het toepassingsgebied van de CLP-verordening en kennen geen wettelijke etiketteringsplicht op basis van die regelgeving. Toch is het ook voor niet-gevaarlijke stoffen verstandig om containers te voorzien van een duidelijk etiket met de naam van de inhoud, zodat verwarring op de werkvloer wordt voorkomen.

Wat zijn de verplichte elementen op een etiket voor omgepakte stoffen?

Een etiket voor omgepakte gevaarlijke stoffen moet op grond van de CLP-verordening minimaal de volgende elementen bevatten: de naam van de stof of het mengsel, gevarenpictogrammen, een signaalwoord (“Gevaar” of “Waarschuwing”), relevante gevarenzinnen (H-zinnen), veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen) en de naam en contactgegevens van de verantwoordelijke partij.

Hieronder een overzicht van de verplichte onderdelen:

  • Productnaam of stofidentificatie: de naam zoals die in het veiligheidsinformatieblad staat vermeld
  • Gevarenpictogrammen: de rode ruitvormige CLP-symbolen die het type gevaar aangeven
  • Signaalwoord: “Gevaar” voor ernstige gevaren, “Waarschuwing” voor minder ernstige
  • H-zinnen (gevarenzinnen): beschrijven de aard van het gevaar
  • P-zinnen (veiligheidsaanbevelingen): beschrijven voorzorgsmaatregelen en eerste hulp
  • Naam en adres van de verantwoordelijke: de leverancier of, bij intern gebruik, de verantwoordelijke afdeling of het bedrijf
  • Nominale hoeveelheid: verplicht bij levering aan het grote publiek, minder strikt bij puur intern gebruik

De informatie op het etiket moet leesbaar, duurzaam bevestigd en in de taal van het land van gebruik zijn opgesteld. Voor Nederland betekent dit een Nederlandstalig etiket, al kan een meertalig etiket worden gebruikt als alle verplichte informatie aanwezig is.

Wat verandert er in de HSE-etiketteringseisen in 2026?

In 2026 treedt de herziene CLP-verordening (CLP Revision, ook wel CLP 2 genoemd) verder in werking. De belangrijkste wijziging betreft de uitbreiding van etiketteringsverplichtingen voor bepaalde categorieën stoffen, waaronder hormoonontregelende stoffen en nanomaterialen, die nu ook onder de gevarenclassificatie vallen. Daarnaast worden de regels voor digitale etikettering (via QR-codes) verder verduidelijkt.

Voor HSE-managers en facility supervisors zijn de volgende veranderingen in 2026 het meest relevant:

  • Nieuwe gevarenklassen: hormoonontregelaars en persistente stoffen krijgen eigen gevarenpictogrammen en bijbehorende H- en P-zinnen
  • Digitale aanvulling op etiketten: de herziene verordening staat toe dat aanvullende informatie via een QR-code beschikbaar wordt gesteld, maar de kerngegevens blijven verplicht op het fysieke etiket
  • Strengere handhaving: toezichthoudende instanties leggen in toenemende mate de nadruk op aantoonbare naleving, wat betekent dat documentatie van etiketteringsprocessen belangrijker wordt

Bestaande etiketten die zijn opgesteld conform de CLP-verordening zoals die gold vóór 2026, moeten worden gecontroleerd op de nieuwe gevarenklassen. Als een stof in uw bedrijf valt onder een van de nieuwe categorieën, zijn bijgewerkte etiketten verplicht.

Hoe verschilt etikettering voor intern gebruik van levering aan derden?

Bij intern gebruik van omgepakte stoffen gelden lichtere etiketteringsverplichtingen dan bij levering aan derden. Voor interne decanteerflesjes en werkcontainers volstaat in veel gevallen een etiket met de stofnaam, de gevarenpictogrammen en de meest kritische veiligheidsaanbevelingen. Bij levering aan derden is een volledig CLP-conform etiket verplicht, inclusief alle H- en P-zinnen en leveranciersgegevens.

Etikettering voor intern gebruik

Wanneer een stof alleen intern wordt gebruikt en niet het bedrijfsterrein verlaat, biedt de Arbowetgeving enige ruimte. Het etiket moet voldoende informatie bevatten om werknemers te beschermen, maar hoeft niet in alle gevallen te voldoen aan het volledige CLP-etiketformaat. Minimaal vereist zijn de naam van de stof, de gevarenpictogrammen en de meest relevante veiligheidsaanbevelingen. De werkgever blijft verantwoordelijk voor de veiligheid van medewerkers die met de stof werken.

Etikettering bij levering aan derden

Zodra omgepakte stoffen buiten het bedrijf worden geleverd of aan externe partijen ter beschikking worden gesteld, geldt de volledige CLP-etiketteringsplicht zonder uitzonderingen. Dit omvat alle verplichte elementen zoals hierboven beschreven, inclusief de naam en contactgegevens van de verantwoordelijke leverancier. Het veiligheidsinformatieblad (VIB) moet in dat geval ook worden meegeleverd.

Welke materialen zijn geschikt voor etiketten op gevaarlijke stoffen?

Voor etiketten op gevaarlijke stoffen zijn vinyl en polyester de meest geschikte materialen. Papieren etiketten zijn ongeschikt voor industriële toepassingen met gevaarlijke chemicaliën, omdat ze snel beschadigen door vocht, oplosmiddelen of mechanische slijtage. Vinyl en polyester zijn bestand tegen chemicaliën, reinigingsmiddelen en extreme temperaturen, en blijven leesbaar onder zware omstandigheden.

De keuze van het labelmateriaal is cruciaal voor naleving. Een etiket dat vervaagt, loslaat of onleesbaar wordt door contact met de inhoud van de container, voldoet niet meer aan de wettelijke eisen. Dat levert niet alleen een compliance-risico op, maar ook een direct veiligheidsrisico voor medewerkers.

Wij bieden een breed assortiment industriële labelmaterialen, waaronder chemisch-bestendig polyester en high-tack vinyl, die speciaal zijn ontwikkeld voor toepassingen met gevaarlijke stoffen. Deze materialen zijn bestand tegen blootstelling aan zuren, basen, oplosmiddelen en schoonmaakmiddelen, en zijn geschikt voor gebruik in vochtige of warme omgevingen. Met onze SMS-printers kunt u deze etiketten direct op locatie produceren in de juiste afmetingen en met alle verplichte informatie.

Wie is verantwoordelijk voor correcte etikettering op de werkplek?

De primaire verantwoordelijkheid voor correcte etikettering van omgepakte stoffen op de werkplek ligt bij de werkgever. In de praktijk wordt deze verantwoordelijkheid vaak belegd bij de HSE-manager, de preventiemedewerker of de leidinggevende van de afdeling waar de stof wordt gebruikt. Medewerkers die stoffen omverpakken zijn medeverantwoordelijk voor het aanbrengen van het juiste etiket.

De Arbowet verplicht werkgevers om te zorgen voor een veilige werkomgeving, wat expliciet de correcte etikettering van gevaarlijke stoffen omvat. Dit betekent dat de werkgever niet alleen verantwoordelijk is voor het beschikbaar stellen van de juiste etiketten en materialen, maar ook voor het trainen van medewerkers in de correcte toepassing ervan.

In grotere organisaties is het verstandig om etiketteringsverantwoordelijkheden schriftelijk vast te leggen in procedures of werkinstructies. Dit maakt het eenvoudiger om bij een inspectie of incident aan te tonen dat de organisatie de nodige maatregelen heeft getroffen.

Hoe controleer je of bestaande etiketten nog voldoen aan de 2026-normen?

Om te controleren of bestaande etiketten voldoen aan de 2026-normen, doorloop je de volgende stappen: vergelijk de etiketten met de actuele CLP-verordening inclusief de nieuwe gevarenklassen, controleer of alle verplichte elementen aanwezig en leesbaar zijn, en beoordeel of het labelmateriaal nog in goede staat verkeert. Ontbrekende elementen of beschadigde etiketten moeten direct worden vervangen.

Een praktische aanpak voor een etiketaudit:

  1. Inventariseer alle omgepakte stoffen die in gebruik zijn op de werkplek en koppel ze aan de bijbehorende veiligheidsinformatiebladen
  2. Controleer de gevarenclassificatie van elke stof op basis van de meest recente versie van het VIB, inclusief de nieuwe gevarenklassen die in 2026 van kracht zijn
  3. Vergelijk het bestaande etiket met de verplichte elementen: zijn alle pictogrammen, H-zinnen, P-zinnen en contactgegevens aanwezig?
  4. Beoordeel de leesbaarheid en hechting van het etiket: vervaagde tekst, loszittende etiketten of beschadigde pictogrammen maken het etiket non-compliant
  5. Vervang niet-conforme etiketten direct en documenteer de uitgevoerde controle voor uw eigen administratie

Het is aan te raden deze audit minimaal jaarlijks uit te voeren, of vaker als er wijzigingen zijn in de gebruikte stoffen of de toepasselijke regelgeving. Door gebruik te maken van een labelprinter en duurzame labelmaterialen kunt u snel en eenvoudig vervangende etiketten produceren die direct voldoen aan alle geldende normen, zonder afhankelijk te zijn van externe leveranciers of lange doorlooptijden.