Wilt u een label printen vanaf een Apple (Mac OSX)? Volg de stappen hieronder.
USB Printer installeren #
- Zet de printer aan en sluit de printer aan via een USB kabel
- Open Systeemvoorkeuren
- Ga naar Printers & Scanners
- Voeg en nieuwe printer toe door op het + (plus) icoon te drukken
- Selecteer de gewenste printer
- Open het menu bij Gebruik en klik op Selecteer software
- Zoek in de lijst naar Zebra ZPL Label Printer en druk op OK
- Druk vervolgens op Voeg toe en wacht tot uw printer is toegevoegd
Netwerk Printer installeren #
Om uw printer via een netwerk te gebruiken dient u eerst het huidige IP-adres van de printer te achterhalen.
Dit kunt u doen door een configuratie label uit te draaien. Lees in dit artikel hoe dit moet.
- Zet de printer aan en sluit deze aan via een netwerkkabel
- Open op uw Mac Systeemvoorkeuren
- Ga naar Printers & Scanners
- Voeg een nieuwe printer toe door op het + (plus) icoon te drukken
- Klik op het tabblad IP:
Adres: voer hier het huidige IP-adres van uw printer in
Protocol: zorg dat hier HP Jetdirect – Socket geselecteerd staat
Naam: vul de naam in die u de printer wil geven - Open het menu bij Gebruik en klik op Selecteer software
- Zoek in de lijst naar Zebra ZPL Label Printer en druk op OK
- Druk vervolgens op Voeg toe en wacht tot uw printer is toegevoegd
Printer instellingen en afdrukinstellingen #
Om er zeker van te zijn dat uw label correct wordt afgedrukt dient u de instellingen na te lopen en deze op te slaan zodat u dit niet elke keer hoeft te wijzigen. Gebruikt u Label LIVE software? Dan kunt u onderstaande stappen overslaan en direct aan de slag in uw software.
Labelformaat instellen
- Open het bestand dat u wilt printen en ga naar het afdrukvenster
- Druk nu op het menu naast Formaat en selecteer Aangepaste formaten
- Stel het gewenste labelformaat in en zet alle marges op 0 mm
- Dubbelklik op de naam en geef het een eigen naam
- Druk hierna op OK om het formaat op te slaan
U heeft nu een nieuw labelformaat ingesteld. Gebruikt u meerdere labelformaten? Voeg deze op dezelfde manier toe.
Afdruk- en printerinstellingen
- Open in het afdrukvenster het menu onder Lay-out en druk op Printerfuncties
- Loop de instellingen onder het tabblad General na:
Resolution: Dient altijd op 300dpi te staan.
Media tracking: Dit zijn de sensor instellingen;
– Continuous: Gebruikt bij een doorlopende rol tape die op elke lengte afgeknipt kan worden.
– Web sensing: Voor rollen met losse etiketten met een tussenruimte of een uitsparing in het midden.
– Mark sensing: Gebruik dit bij rollen met zwarte strepen op de achterkant of rollen met Tags.
Media type: Moet op Thermal Transfer Media staan. - Ga nu naar het tabblad Printer settings
- Controleer de volgende instellingen:
Darkness: Dit is de densiteit (warmte) van de printkop, zet deze standaard op 25.
Print Rate: Dit is de printsnelheid, zet deze niet hoger dan 5 inches/sec.
Print Mode: Hier stelt u in wat na het afdrukken van een label moet gebeuren;
– Cutter: Met deze instelling worden de labels afgeknipt. (werk niet met de SMS TAG-ID2)
– Tear-Off: Gebruik deze instelling als u de labels wilt afscheuren.
De rest van de instellingen kunt u laten staan op Printer Default
Huidige instellingen opslaan #
Om tijd te besparen kunt u deze instellingen op uw Mac opslaan als voorinstelling.
- Ga naar het menu naast Instellingen en selecteer Gebruik huidige instellingen als voorinstelling
- Geef de huidige instellingen een naam en druk op OK
U heeft nu de instellingen opgeslagen en bent klaar om af te drukken!





















































