
Een chemisch etiket moet voldoen aan de eisen van de CLP-verordening (EG nr. 1272/2008), die in de hele Europese Unie van kracht is. Deze verordening bepaalt welke gevaarsymbolen, signaalwoorden, H-zinnen, P-zinnen en leveranciersgegevens verplicht op het etiket moeten staan. Zonder een correct etiket mag een gevaarlijke stof wettelijk niet in de handel worden gebracht. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de eisen waaraan een chemisch etiket moet voldoen, zodat jij zeker weet dat jouw identificatie klopt. Heb je vragen over de juiste GHS-etiketten voor jouw situatie? Dan helpen we je graag verder.
Welke informatie is wettelijk verplicht op een chemisch etiket?
Een chemisch etiket moet op grond van de CLP-verordening minimaal acht verplichte elementen bevatten: de naam, het adres en het telefoonnummer van de leverancier, de nominale hoeveelheid van de stof, de productidentificatoren, gevaarpictogrammen, signaalwoorden, gevarenaanduidingen (H-zinnen), veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen) en eventuele aanvullende informatie.
Elk van deze elementen heeft een specifieke functie. De productidentificator zorgt ervoor dat de stof eenduidig te traceren is. Het signaalwoord, “Gevaar” of “Waarschuwing”, geeft in één oogopslag de ernst van het risico aan. De gevaarpictogrammen maken het risico visueel herkenbaar, ook voor mensen die de taal niet volledig beheersen. De H- en P-zinnen geven respectievelijk aan welk gevaar de stof met zich meebrengt en hoe je veilig met de stof omgaat.
Een chemische container zonder etiket is in een industriële omgeving niet alleen gevaarlijk, maar ook in strijd met de wet. Ontbreekt een etiket of is het beschadigd, dan moet het direct worden vervangen. In fabrieken, laboratoria en opslaglocaties is dit een van de meest voorkomende veiligheidstekortkomingen die bij inspecties worden geconstateerd.
Wat zijn H-zinnen en P-zinnen op een chemisch etiket?
H-zinnen (Hazard statements) zijn gestandaardiseerde gevarenaanduidingen die beschrijven welk gevaar een chemische stof vormt, zoals ontvlambaarheid, giftigheid of irritatie. P-zinnen (Precautionary statements) zijn veiligheidsaanbevelingen die aangeven welke voorzorgsmaatregelen je moet nemen bij opslag, gebruik en bij een incident.
Beide typen zinnen zijn internationaal vastgesteld en worden uitgedrukt in codes. Een H-zin begint altijd met de letter H gevolgd door drie cijfers, bijvoorbeeld H302 (schadelijk bij inslikken). Een P-zin begint met P, zoals P260 (damp of spuitnevel niet inademen). De codes zijn identiek in alle EU-talen, wat het gebruik van etiketten in grensoverschrijdende supply chains vereenvoudigt.
In de praktijk bevat een etiket meerdere H- en P-zinnen, afhankelijk van de gevaarseigenschappen van de stof. De keuze welke zinnen verplicht zijn, volgt direct uit de indeling van de stof in een gevarenklasse en gevarencategorie. Het is dan ook essentieel om de indeling van een stof correct vast te stellen voordat je het etiket opstelt.
Welke gevaarsymbolen zijn verplicht onder de CLP-verordening?
Onder de CLP-verordening zijn negen gestandaardiseerde gevaarpictogrammen vastgesteld, aangeduid als GHS-pictogrammen. Welke symbolen verplicht zijn op een etiket, hangt af van de gevaarsindeling van de stof. Elke gevarenklasse heeft een bijbehorend pictogram, zoals een vlam voor ontvlambare stoffen of een doodshoofd voor acute toxiciteit.
De negen GHS-pictogrammen zijn:
- Vlam voor ontvlambare stoffen en zelfontledende stoffen
- Vlam over cirkel voor oxiderende stoffen
- Explosie voor explosieve stoffen en mengsels
- Gasfles voor gassen onder druk
- Corrosie voor stoffen die huid of metalen aantasten
- Doodshoofd voor acuut toxische stoffen
- Uitroepteken voor irriterende, sensibiliserende of schadelijke stoffen
- Gezondheidsgevaar voor stoffen die ernstige chronische gezondheidseffecten veroorzaken
- Milieugevaar voor stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu
Elk pictogram bestaat uit een zwart symbool op een witte achtergrond met een rode ruitvormige rand. De rode rand is verplicht en mag niet worden weggelaten of vervangen door een andere kleur. Dit onderscheidt de CLP-pictogrammen duidelijk van oudere oranje gevarensymbolen die voor de invoering van CLP werden gebruikt.
Welke taal moet een chemisch etiket hebben?
Een chemisch etiket moet zijn opgesteld in de officiële taal of talen van het land of de landen waar de stof of het mengsel op de markt wordt gebracht. Voor Nederland betekent dit dat het etiket minimaal in het Nederlands moet zijn opgesteld. Wordt een product ook in België of Duitsland verkocht, dan moeten de respectievelijke talen worden toegevoegd.
Dit is een punt dat in de praktijk regelmatig fout gaat, zeker bij import van producten van buiten de EU. Een leverancier uit een niet-EU-land is verplicht om via een importeur of verantwoordelijke persoon in de EU te zorgen voor een correct vertaald etiket. Het gebruik van uitsluitend Engelse etiketten is in Nederland niet toegestaan voor producten die aan Nederlandse eindgebruikers worden geleverd.
Meertalige etiketten zijn toegestaan, mits de verplichte informatie voor elke taal volledig en leesbaar aanwezig is. Dit vraagt soms om zorgvuldige afstemming van de beschikbare ruimte op het etiket, zeker bij kleinere verpakkingen.
Wat zijn de eisen voor de leesbaarheid en afmetingen van een chemisch etiket?
De CLP-verordening stelt specifieke eisen aan de minimale afmetingen van etiketten en pictogrammen, afhankelijk van de inhoud van de verpakking. Hoe groter de verpakking, hoe groter het etiket en de pictogrammen moeten zijn. Alle informatie op het etiket moet onuitwisbaar, goed leesbaar en duurzaam zijn onder normale gebruiksomstandigheden.
De minimale etiketafmetingen zijn als volgt vastgesteld:
- Verpakkingen tot 3 liter: minimaal 52 x 74 mm
- Verpakkingen van 3 tot 50 liter: minimaal 74 x 105 mm
- Verpakkingen van 50 tot 500 liter: minimaal 105 x 148 mm
- Verpakkingen groter dan 500 liter: minimaal 148 x 210 mm
Voor de pictogrammen geldt dat ze minimaal een tiende van de etiketoppervlakte moeten beslaan, met een absoluut minimum van 1 cm². In de industrie is het gebruik van vinyl of polyester etiketten sterk aan te raden, omdat papieren etiketten snel beschadigen bij blootstelling aan chemicaliën, vocht of reinigingsmiddelen. Een etiket dat loslaat of onleesbaar wordt, voldoet niet meer aan de wettelijke eisen en vormt een veiligheidsrisico.
Wanneer moet een chemisch etiket worden bijgewerkt?
Een chemisch etiket moet worden bijgewerkt zodra de indeling van de stof of het mengsel verandert, nieuwe gevaarsinformatie beschikbaar komt, de samenstelling van het product wijzigt, of wanneer de regelgeving wordt aangepast. Leveranciers zijn verplicht om wijzigingen binnen een bepaalde termijn door te voeren op het etiket.
In de praktijk zijn er drie veelvoorkomende situaties die een update vereisen:
- Wijziging van de stofindeling door nieuwe wetenschappelijke inzichten of aanpassing van de geharmoniseerde indeling in bijlage VI van de CLP-verordening
- Aanpassing van de productformule, waarbij de gevaarseigenschappen van het mengsel veranderen
- Nieuwe of gewijzigde P-zinnen of H-zinnen als gevolg van een herziene versie van de GHS-standaard
Organisaties die grote hoeveelheden chemische producten beheren, doen er goed aan om een intern systeem bij te houden waarmee etiketversies worden gevolgd en verouderde etiketten tijdig worden gesignaleerd. Een chemische container zonder etiket of met een verouderd etiket moet direct worden voorzien van een correct, actueel exemplaar.
Hoe maak je zelf conforme chemische etiketten aan?
Zelf conforme chemische etiketten aanmaken is mogelijk door gebruik te maken van gespecialiseerde labelsoftware en duurzame printmaterialen die bestand zijn tegen de omstandigheden in jouw werkomgeving. De sleutel is een combinatie van de juiste software voor het ontwerp en de juiste materialen voor de afdruk.
Het proces bestaat in de kern uit drie stappen:
- Verzamel de verplichte gegevens op basis van het veiligheidsinformatieblad (SDS) van de stof, inclusief de correcte indeling, pictogrammen, H- en P-zinnen en leveranciersgegevens
- Ontwerp het etiket met behulp van labelsoftware die GHS-pictogrammen ondersteunt en de juiste afmetingen automatisch kan berekenen
- Druk het etiket af op een materiaal dat geschikt is voor de omgeving, zoals vinyl of polyester, met een industriële labelprinter die scherpe, duurzame afdrukken levert
Let bij het ontwerp op de verplichte volgorde en plaatsing van elementen. Pictogrammen moeten goed zichtbaar zijn en niet worden overlapt door andere tekst. Gebruik een lettertype dat ook bij kleinere formaten leesbaar blijft. Vergeet ook de leidingmarkering niet als je werkt met chemicaliëntransport via leidingen, want ook die moet voldoen aan de geldende normen.
Hoe Rebo Systems helpt met conforme chemische etiketten
Wij bij Rebo Systems bieden een complete oplossing voor organisaties die zelf conforme chemische etiketten willen produceren, zonder afhankelijk te zijn van externe drukkers of lange levertijden. Onze aanpak combineert robuuste hardware, duurzame materialen en professionele software in één geïntegreerd systeem.
Wat wij bieden:
- Industriële labelprinters zoals de SMS-R1 en SMS-430/460, geschikt voor het afdrukken van GHS-conforme etiketten in verschillende formaten
- Vinyl en polyester printmaterialen die bestand zijn tegen chemicaliën, vocht en reinigingsmiddelen, zodat etiketten leesbaar blijven in zware industriële omgevingen
- NiceLabel software voor professioneel labelontwerp met ondersteuning voor GHS-pictogrammen, H- en P-zinnen en meertalige etiketten
- Persoonlijk advies van onze lokale specialisten die jou helpen de juiste combinatie van printer, materiaal en software te kiezen voor jouw specifieke toepassing
- Eigen technische dienst voor installatie, training en ondersteuning, zonder verplichte servicecontracten
Of je nu een enkele werkplek wilt uitrusten of een volledig labelproductieproces wilt inrichten voor meerdere locaties, wij denken graag met je mee. Bekijk ons assortiment GHS-etiketten of neem contact op met een van onze adviseurs voor persoonlijk advies.

Een chemisch etiket moet voldoen aan de eisen van de CLP-verordening (EG nr. 1272/2008), die in de hele Europese Unie van kracht is. Deze verordening bepaalt welke gevaarsymbolen, signaalwoorden, H-zinnen, P-zinnen en leveranciersgegevens verplicht op het etiket moeten staan. Zonder een correct etiket mag een gevaarlijke stof wettelijk niet in de handel worden gebracht. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de eisen waaraan een chemisch etiket moet voldoen, zodat jij zeker weet dat jouw identificatie klopt. Heb je vragen over de juiste GHS-etiketten voor jouw situatie? Dan helpen we je graag verder.
Welke informatie is wettelijk verplicht op een chemisch etiket?
Een chemisch etiket moet op grond van de CLP-verordening minimaal acht verplichte elementen bevatten: de naam, het adres en het telefoonnummer van de leverancier, de nominale hoeveelheid van de stof, de productidentificatoren, gevaarpictogrammen, signaalwoorden, gevarenaanduidingen (H-zinnen), veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen) en eventuele aanvullende informatie.
Elk van deze elementen heeft een specifieke functie. De productidentificator zorgt ervoor dat de stof eenduidig te traceren is. Het signaalwoord, “Gevaar” of “Waarschuwing”, geeft in één oogopslag de ernst van het risico aan. De gevaarpictogrammen maken het risico visueel herkenbaar, ook voor mensen die de taal niet volledig beheersen. De H- en P-zinnen geven respectievelijk aan welk gevaar de stof met zich meebrengt en hoe je veilig met de stof omgaat.
Een chemische container zonder etiket is in een industriële omgeving niet alleen gevaarlijk, maar ook in strijd met de wet. Ontbreekt een etiket of is het beschadigd, dan moet het direct worden vervangen. In fabrieken, laboratoria en opslaglocaties is dit een van de meest voorkomende veiligheidstekortkomingen die bij inspecties worden geconstateerd.
Wat zijn H-zinnen en P-zinnen op een chemisch etiket?
H-zinnen (Hazard statements) zijn gestandaardiseerde gevarenaanduidingen die beschrijven welk gevaar een chemische stof vormt, zoals ontvlambaarheid, giftigheid of irritatie. P-zinnen (Precautionary statements) zijn veiligheidsaanbevelingen die aangeven welke voorzorgsmaatregelen je moet nemen bij opslag, gebruik en bij een incident.
Beide typen zinnen zijn internationaal vastgesteld en worden uitgedrukt in codes. Een H-zin begint altijd met de letter H gevolgd door drie cijfers, bijvoorbeeld H302 (schadelijk bij inslikken). Een P-zin begint met P, zoals P260 (damp of spuitnevel niet inademen). De codes zijn identiek in alle EU-talen, wat het gebruik van etiketten in grensoverschrijdende supply chains vereenvoudigt.
In de praktijk bevat een etiket meerdere H- en P-zinnen, afhankelijk van de gevaarseigenschappen van de stof. De keuze welke zinnen verplicht zijn, volgt direct uit de indeling van de stof in een gevarenklasse en gevarencategorie. Het is dan ook essentieel om de indeling van een stof correct vast te stellen voordat je het etiket opstelt.
Welke gevaarsymbolen zijn verplicht onder de CLP-verordening?
Onder de CLP-verordening zijn negen gestandaardiseerde gevaarpictogrammen vastgesteld, aangeduid als GHS-pictogrammen. Welke symbolen verplicht zijn op een etiket, hangt af van de gevaarsindeling van de stof. Elke gevarenklasse heeft een bijbehorend pictogram, zoals een vlam voor ontvlambare stoffen of een doodshoofd voor acute toxiciteit.
De negen GHS-pictogrammen zijn:
- Vlam voor ontvlambare stoffen en zelfontledende stoffen
- Vlam over cirkel voor oxiderende stoffen
- Explosie voor explosieve stoffen en mengsels
- Gasfles voor gassen onder druk
- Corrosie voor stoffen die huid of metalen aantasten
- Doodshoofd voor acuut toxische stoffen
- Uitroepteken voor irriterende, sensibiliserende of schadelijke stoffen
- Gezondheidsgevaar voor stoffen die ernstige chronische gezondheidseffecten veroorzaken
- Milieugevaar voor stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu
Elk pictogram bestaat uit een zwart symbool op een witte achtergrond met een rode ruitvormige rand. De rode rand is verplicht en mag niet worden weggelaten of vervangen door een andere kleur. Dit onderscheidt de CLP-pictogrammen duidelijk van oudere oranje gevarensymbolen die voor de invoering van CLP werden gebruikt.
Welke taal moet een chemisch etiket hebben?
Een chemisch etiket moet zijn opgesteld in de officiële taal of talen van het land of de landen waar de stof of het mengsel op de markt wordt gebracht. Voor Nederland betekent dit dat het etiket minimaal in het Nederlands moet zijn opgesteld. Wordt een product ook in België of Duitsland verkocht, dan moeten de respectievelijke talen worden toegevoegd.
Dit is een punt dat in de praktijk regelmatig fout gaat, zeker bij import van producten van buiten de EU. Een leverancier uit een niet-EU-land is verplicht om via een importeur of verantwoordelijke persoon in de EU te zorgen voor een correct vertaald etiket. Het gebruik van uitsluitend Engelse etiketten is in Nederland niet toegestaan voor producten die aan Nederlandse eindgebruikers worden geleverd.
Meertalige etiketten zijn toegestaan, mits de verplichte informatie voor elke taal volledig en leesbaar aanwezig is. Dit vraagt soms om zorgvuldige afstemming van de beschikbare ruimte op het etiket, zeker bij kleinere verpakkingen.
Wat zijn de eisen voor de leesbaarheid en afmetingen van een chemisch etiket?
De CLP-verordening stelt specifieke eisen aan de minimale afmetingen van etiketten en pictogrammen, afhankelijk van de inhoud van de verpakking. Hoe groter de verpakking, hoe groter het etiket en de pictogrammen moeten zijn. Alle informatie op het etiket moet onuitwisbaar, goed leesbaar en duurzaam zijn onder normale gebruiksomstandigheden.
De minimale etiketafmetingen zijn als volgt vastgesteld:
- Verpakkingen tot 3 liter: minimaal 52 x 74 mm
- Verpakkingen van 3 tot 50 liter: minimaal 74 x 105 mm
- Verpakkingen van 50 tot 500 liter: minimaal 105 x 148 mm
- Verpakkingen groter dan 500 liter: minimaal 148 x 210 mm
Voor de pictogrammen geldt dat ze minimaal een tiende van de etiketoppervlakte moeten beslaan, met een absoluut minimum van 1 cm². In de industrie is het gebruik van vinyl of polyester etiketten sterk aan te raden, omdat papieren etiketten snel beschadigen bij blootstelling aan chemicaliën, vocht of reinigingsmiddelen. Een etiket dat loslaat of onleesbaar wordt, voldoet niet meer aan de wettelijke eisen en vormt een veiligheidsrisico.
Wanneer moet een chemisch etiket worden bijgewerkt?
Een chemisch etiket moet worden bijgewerkt zodra de indeling van de stof of het mengsel verandert, nieuwe gevaarsinformatie beschikbaar komt, de samenstelling van het product wijzigt, of wanneer de regelgeving wordt aangepast. Leveranciers zijn verplicht om wijzigingen binnen een bepaalde termijn door te voeren op het etiket.
In de praktijk zijn er drie veelvoorkomende situaties die een update vereisen:
- Wijziging van de stofindeling door nieuwe wetenschappelijke inzichten of aanpassing van de geharmoniseerde indeling in bijlage VI van de CLP-verordening
- Aanpassing van de productformule, waarbij de gevaarseigenschappen van het mengsel veranderen
- Nieuwe of gewijzigde P-zinnen of H-zinnen als gevolg van een herziene versie van de GHS-standaard
Organisaties die grote hoeveelheden chemische producten beheren, doen er goed aan om een intern systeem bij te houden waarmee etiketversies worden gevolgd en verouderde etiketten tijdig worden gesignaleerd. Een chemische container zonder etiket of met een verouderd etiket moet direct worden voorzien van een correct, actueel exemplaar.
Hoe maak je zelf conforme chemische etiketten aan?
Zelf conforme chemische etiketten aanmaken is mogelijk door gebruik te maken van gespecialiseerde labelsoftware en duurzame printmaterialen die bestand zijn tegen de omstandigheden in jouw werkomgeving. De sleutel is een combinatie van de juiste software voor het ontwerp en de juiste materialen voor de afdruk.
Het proces bestaat in de kern uit drie stappen:
- Verzamel de verplichte gegevens op basis van het veiligheidsinformatieblad (SDS) van de stof, inclusief de correcte indeling, pictogrammen, H- en P-zinnen en leveranciersgegevens
- Ontwerp het etiket met behulp van labelsoftware die GHS-pictogrammen ondersteunt en de juiste afmetingen automatisch kan berekenen
- Druk het etiket af op een materiaal dat geschikt is voor de omgeving, zoals vinyl of polyester, met een industriële labelprinter die scherpe, duurzame afdrukken levert
Let bij het ontwerp op de verplichte volgorde en plaatsing van elementen. Pictogrammen moeten goed zichtbaar zijn en niet worden overlapt door andere tekst. Gebruik een lettertype dat ook bij kleinere formaten leesbaar blijft. Vergeet ook de leidingmarkering niet als je werkt met chemicaliëntransport via leidingen, want ook die moet voldoen aan de geldende normen.
Hoe Rebo Systems helpt met conforme chemische etiketten
Wij bij Rebo Systems bieden een complete oplossing voor organisaties die zelf conforme chemische etiketten willen produceren, zonder afhankelijk te zijn van externe drukkers of lange levertijden. Onze aanpak combineert robuuste hardware, duurzame materialen en professionele software in één geïntegreerd systeem.
Wat wij bieden:
- Industriële labelprinters zoals de SMS-R1 en SMS-430/460, geschikt voor het afdrukken van GHS-conforme etiketten in verschillende formaten
- Vinyl en polyester printmaterialen die bestand zijn tegen chemicaliën, vocht en reinigingsmiddelen, zodat etiketten leesbaar blijven in zware industriële omgevingen
- NiceLabel software voor professioneel labelontwerp met ondersteuning voor GHS-pictogrammen, H- en P-zinnen en meertalige etiketten
- Persoonlijk advies van onze lokale specialisten die jou helpen de juiste combinatie van printer, materiaal en software te kiezen voor jouw specifieke toepassing
- Eigen technische dienst voor installatie, training en ondersteuning, zonder verplichte servicecontracten
Of je nu een enkele werkplek wilt uitrusten of een volledig labelproductieproces wilt inrichten voor meerdere locaties, wij denken graag met je mee. Bekijk ons assortiment GHS-etiketten of neem contact op met een van onze adviseurs voor persoonlijk advies.





























































