Gehandschoende hand die een GHS-gevaarsetiket op een chemische container plakt, omringd door CLP- en ISO-nalevingsdocumenten op een stalen werkbank.

Ja, je mag zelf etiketten printen voor omgepakte chemicaliën op de werkvloer, maar alleen als die etiketten voldoen aan de eisen van de CLP-verordening. Dat betekent dat ze de juiste gevarenpictogrammen, signaalwoorden en gevaarsinformatie moeten bevatten. Zelf printen is toegestaan én praktisch, zolang je de juiste materialen en software gebruikt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over etikettering van decanteerflesjes en omgepakte chemicaliën op de werkvloer.

Wat zegt de CLP-verordening over etikettering op de werkvloer?

De CLP-verordening (Verordening (EG) Nr. 1272/2008) verplicht iedere werkgever om gevaarlijke stoffen correct te etiketteren, ook wanneer die stoffen worden overgebracht naar een kleinere verpakking of werkvloerfles. De verordening is van toepassing op alle chemische stoffen en mengsels die als gevaarlijk zijn geclassificeerd, ongeacht of ze in de originele verpakking zitten of in een omgepakte container.

De CLP-verordening is de Europese implementatie van het wereldwijde GHS-systeem (Globally Harmonised System). Dit systeem zorgt ervoor dat gevaarlijke stoffen overal in Europa op dezelfde, herkenbare manier worden geëtiketteerd. Voor de werkvloer betekent dit concreet dat elke fles, bus of container met een gevaarlijke stof een duidelijk, leesbaar en duurzaam etiket moet dragen, ook als het gaat om een kleine hoeveelheid voor intern gebruik.

Werkgevers zijn op basis van de Arbeidsomstandighedenwet verantwoordelijk voor een veilige werkomgeving. De CLP-etikettering maakt daar direct deel van uit. Een ontbrekend of onleesbaar etiket op een decanteerfles is niet alleen een overtreding van de regelgeving, maar ook een concreet veiligheidsrisico voor medewerkers.

Wanneer ben je verplicht een nieuw etiket aan te brengen?

Je bent verplicht een nieuw CLP-etiket aan te brengen zodra een gevaarlijke stof wordt overgebracht naar een andere verpakking dan de originele. Dit geldt voor elke vorm van omvullen of decanteren, ongeacht de hoeveelheid of de reden. Ook wanneer de originele verpakking wordt hergebruikt voor een andere stof, is een nieuw etiket verplicht.

In de praktijk komt dit regelmatig voor. Denk aan een technicus die reinigingsmiddel overpompt in een kleinere spuitfles voor dagelijks gebruik, of een laborant die een oplosmiddel decanteert in een werkvloercontainer. In beide gevallen is het originele etiket niet meer van toepassing en moet er een nieuw, volledig CLP-conform etiket worden aangebracht.

Er is één beperkte uitzondering: wanneer de stof uitsluitend door de persoon die hem heeft omgevuld direct wordt gebruikt en de container niet onbeheerd wordt achtergelaten, geldt een lichtere etiketteringsverplichting. In de meeste industriële werkomgevingen is deze uitzondering echter niet van toepassing, omdat containers gedeeld worden of op een vaste locatie staan.

Welke informatie moet verplicht op een CLP-etiket staan?

Een CLP-conform etiket voor omgepakte chemicaliën moet minimaal zes verplichte elementen bevatten: de naam van de stof of het mengsel, de naam en contactgegevens van de leverancier, de nominale hoeveelheid, gevarenpictogrammen, een signaalwoord en de relevante gevarenaanduidingen en veiligheidsaanbevelingen.

Concreet betekent dit het volgende:

  • Productidentificatie: de chemische naam of de handelsnaam van de stof
  • Leveranciersgegevens: naam, adres en telefoonnummer van de verantwoordelijke partij
  • Gevarenpictogrammen: de GHS-pictogrammen in de voorgeschreven rode ruit met zwart symbool
  • Signaalwoord: “Gevaar” of “Waarschuwing”, afhankelijk van de gevarenklasse
  • H-zinnen: gevarenaanduidingen die de aard van het gevaar beschrijven
  • P-zinnen: veiligheidsaanbevelingen voor veilig gebruik, opslag en eerste hulp

De grootte van het etiket en de pictogrammen is afhankelijk van de verpakkingsinhoud. Voor kleine containers gelden minimumafmetingen die in de CLP-verordening zijn vastgelegd. Het is belangrijk dat alle tekst goed leesbaar is en dat pictogrammen voldoende contrast hebben om direct herkenbaar te zijn.

Mag je GHS- en CLP-etiketten zelf aanmaken en printen?

Ja, het is volledig toegestaan om GHS- en CLP-etiketten zelf aan te maken en te printen, mits ze inhoudelijk voldoen aan de verplichte eisen van de CLP-verordening. Er is geen wettelijke verplichting om etiketten extern te laten produceren. Zelf printen is voor veel bedrijven juist de meest praktische en flexibele oplossing.

Het zelf aanmaken van etiketten biedt meerdere voordelen. Je kunt snel inspelen op wijzigingen in de samenstelling van stoffen of nieuwe veiligheidsinformatie. Je bent niet afhankelijk van levertijden van externe leveranciers. En je kunt etiketten op maat maken voor de specifieke containers en locaties op jouw werkvloer.

De verantwoordelijkheid voor de juistheid van de informatie op het etiket ligt altijd bij de werkgever of de verantwoordelijke persoon die de stof omvult. Het is dus essentieel dat de informatie gebaseerd is op het actuele veiligheidsinformatieblad (VIB) van de stof. Software die specifiek is ontwikkeld voor CLP-etikettering kan hierbij helpen, omdat deze vaak gestandaardiseerde pictogrammen en zinnen bevat die direct aan de norm voldoen.

Welk materiaal moet je gebruiken voor etiketten op gevaarlijke stoffen?

Voor etiketten op gevaarlijke chemicaliën moet je materialen gebruiken die bestand zijn tegen de stof zelf, de omgevingsomstandigheden en mechanische belasting. In industriële toepassingen zijn vinyl en polyester de meest geschikte materialen. Papier is voor dit gebruik niet geschikt, omdat het snel beschadigt door vocht, chemicaliën of slijtage.

De keuze van het materiaal hangt af van een aantal factoren:

  • Chemische bestendigheid: het etiket mag niet oplossen, verkleuren of loslaten door contact met de stof in de container of spatten in de omgeving
  • Temperatuurbestendigheid: in omgevingen met hoge of lage temperaturen is een speciaal hittebestendig of koudbestendig materiaal nodig
  • Hechtingskracht: op gladde plastic of metalen containers is een high-tacklijm noodzakelijk om te voorkomen dat het etiket loslaat
  • Leesbaarheid over tijd: de print moet bestand zijn tegen UV-licht, schoonmaakmiddelen en dagelijks gebruik

Polyester etiketten zijn bijzonder geschikt voor agressieve chemische omgevingen, omdat dit materiaal van nature bestand is tegen veel oplosmiddelen en reinigingsmiddelen. Vinyl biedt meer flexibiliteit en is ideaal voor containers met een gebogen oppervlak. Wij leveren beide materiaaltypen als onderdeel van ons assortiment industriële tapes en labels, specifiek ontwikkeld voor toepassingen waarbij duurzaamheid en herkenbaarheid kritisch zijn.

Welke software en printers zijn geschikt voor CLP-conforme labels?

Voor het aanmaken van CLP-conforme etiketten heb je labelontwerpsoftware nodig die werkt met gestandaardiseerde GHS-pictogrammen en vaste veldstructuren. NiceLabel is een professionele labelbeheersoftware die hiervoor breed wordt ingezet. Gecombineerd met een geschikte labelprinter kun je volledig zelfstandig conforme etiketten produceren.

Het is belangrijk het onderscheid te maken tussen software en hardware. NiceLabel is software voor labelontwerp en workflowbeheer, geen printermerk. Deze software is compatibel met meerdere industriële printers, waaronder onze eigen SMS-printers. NiceLabel biedt onder andere de mogelijkheid om GHS-pictogrammen in de juiste afmetingen op te nemen, H- en P-zinnen te beheren en etiketten te vergrendelen zodat gebruikers geen kritische informatie per ongeluk kunnen wijzigen.

Voor de hardware geldt dat een goede labelprinter moet kunnen omgaan met de materialen die je nodig hebt. Onze SMS-R1 en SMS-430/460 zijn compacte industriële printers met een geïntegreerde snijfunctie, geschikt voor vinyl en polyester labels in uiteenlopende formaten. Dat maakt ze praktisch inzetbaar op de werkvloer, ook voor het aanmaken van etiketten voor decanteerflesjes en kleinere containers.

Wat zijn de risico’s van onjuiste of ontbrekende etiketten?

Onjuiste of ontbrekende etiketten op omgepakte chemicaliën vormen een direct veiligheidsrisico voor medewerkers en een overtreding van de CLP-verordening. De gevolgen kunnen variëren van incidenten op de werkvloer tot boetes bij een inspectie door de Nederlandse Arbeidsinspectie.

De meest directe risico’s zijn:

  • Verwisseling van stoffen: zonder duidelijk etiket kan een medewerker een verkeerde stof gebruiken, wat kan leiden tot gevaarlijke reacties of persoonlijk letsel
  • Onvoldoende eerste hulp: bij een incident is snelle en correcte informatie over de stof essentieel voor de juiste behandeling. Ontbreekt het etiket, dan verliest men kostbare tijd
  • Juridische aansprakelijkheid: werkgevers zijn verantwoordelijk voor correcte etikettering. Bij een arbeidsongeval waarbij een onjuist of ontbrekend etiket een rol speelt, kan dit leiden tot aansprakelijkheid
  • Handhaving: de Nederlandse Arbeidsinspectie kan bij controles boetes opleggen of een bedrijf verplichten direct corrigerende maatregelen te nemen

Naast de directe risico’s zijn er ook indirecte gevolgen. Ontbrekende of beschadigde etiketten ondermijnen het vertrouwen van medewerkers in de veiligheid van de werkomgeving. In sectoren zoals de chemische industrie, procesindustrie en facility management is een betrouwbare etikettering bovendien onderdeel van audits en certificeringstrajecten. Een robuuste aanpak, met duurzame materialen en gestructureerde software, voorkomt dat etiketten loslaten, vervagen of beschadigen voordat ze vervangen worden.