
Op een etiket voor bijtende stoffen is het GHS-pictogram met het corrosiepictogram verplicht: een afbeelding van een vloeistof die inwerkt op een oppervlak en een hand. Dit symbool geeft aan dat de stof huid, ogen of materialen ernstig kan beschadigen. Afhankelijk van de gevaarseigenschappen van de stof kunnen aanvullende pictogrammen, signaalwoorden en gevarenaanduidingen verplicht zijn. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over etiketten voor bijtende stoffen, van verplichte pictogrammen tot de eisen voor formaat en het zelf afdrukken van duurzame etiketten.
Welk GHS-pictogram staat voor bijtende stoffen?
Het GHS-pictogram voor bijtende stoffen is GHS05, ook wel het corrosiepictogram genoemd. Het toont een vloeistof die inwerkt op een metalen plaat en een hand, beide met zichtbare aantasting. Dit pictogram is verplicht op etiketten van stoffen of mengsels die zijn ingedeeld als huidcorrosief (categorie 1A, 1B of 1C) of die ernstig oogletsel kunnen veroorzaken (categorie 1).
Het corrosiepictogram wordt ook gebruikt voor stoffen die metalen kunnen aantasten. Denk aan sterke zuren zoals zoutzuur of zwavelzuur, maar ook aan loogoplossingen zoals natriumhydroxide. Wanneer je omgepakte chemicaliën etiketteert, bijvoorbeeld bij het vullen van een decanteerfles, geldt dezelfde etiketteringsplicht als voor de originele verpakking. De CLP-verordening (EG) nr. 1272/2008 schrijft dit voor in de hele Europese Unie.
Het pictogram wordt altijd weergegeven als een zwart symbool op een witte achtergrond, omgeven door een rode ruitvormige rand. Gebruik altijd de officiële GHS-symboolset, want afwijkende of vereenvoudigde versies voldoen niet aan de norm.
Welke andere pictogrammen kunnen op een etiket voor bijtende stoffen staan?
Naast het corrosiepictogram GHS05 kunnen meerdere andere GHS-pictogrammen verplicht zijn, afhankelijk van de volledige gevaarclassificatie van de stof. Bijtende stoffen hebben vaak ook andere gevaarseigenschappen, zoals giftigheid, ontvlambaarheid of milieugevaar, die elk een eigen pictogram vereisen.
Veelvoorkomende aanvullende pictogrammen op etiketten van bijtende stoffen zijn:
- GHS06 (doodshoofd): verplicht bij acute toxiciteit categorie 1, 2 of 3.
- GHS07 (uitroepteken): bij huidirritatie, oogirritatie of lichte acute toxiciteit (categorie 4).
- GHS08 (gezondheidsgevaar): bij stoffen die kankerverwekkend, mutageen of reproductietoxisch zijn, of die de luchtwegen sensibiliseren.
- GHS02 (vlam): wanneer de stof ook ontvlambaar is.
- GHS09 (milieu): bij stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu.
Bij het etiket maken voor een decanteerfles met een bijtende stof moet je dus niet alleen kijken naar het corrosiepictogram, maar naar de volledige classificatie van de stof zoals vermeld in het veiligheidsinformatieblad (VIB). Alle van toepassing zijnde pictogrammen zijn verplicht op het etiket.
Wat zijn de overige verplichte onderdelen van een CLP-etiket?
Een CLP-etiket voor bijtende stoffen bestaat uit meer dan alleen pictogrammen. Naast de gevaarspictogrammen zijn de volgende elementen wettelijk verplicht op elk etiket voor gevaarlijke stoffen die op de markt worden gebracht of intern worden omgepakt.
- Naam, adres en telefoonnummer van de leverancier of de verantwoordelijke partij.
- Nominale hoeveelheid van de stof of het mengsel in de verpakking (tenzij elders op de verpakking vermeld).
- Productidentificatoren: de chemische naam of handelsnaam van de stof of het mengsel.
- Signaalwoord: “Gevaar” of “Waarschuwing”, afhankelijk van de ernst van het gevaar.
- Gevarenaanduidingen (H-zinnen): beschrijven de aard en ernst van het gevaar, bijvoorbeeld H314 (veroorzaakt ernstige brandwonden aan de huid en oogletsel).
- Voorzorgsmaatregelen (P-zinnen): geven aan welke maatregelen genomen moeten worden bij gebruik, opslag en bij een incident.
- UFI-code (Unique Formula Identifier): verplicht voor mengsels die aan consumenten of professionele gebruikers worden geleverd, als onderdeel van de meldingsplicht bij gifcentra.
Bij de decantfles-labelingnorm geldt dat ook intern omgepakte stoffen, dus vloeistoffen die worden overgegoten in een kleinere werkfles of spuitfles, volledig gelabeld moeten zijn. Een handgeschreven tekst of een simpel stickertje met alleen de naam van de stof voldoet niet aan de CLP-verordening.
Wanneer geldt het signaalwoord ‘Gevaar’ in plaats van ‘Waarschuwing’?
Het signaalwoord “Gevaar” wordt gebruikt wanneer een stof is ingedeeld in de ernstigste gevaarcategorieën. “Waarschuwing” geldt voor minder ernstige categorieën van hetzelfde gevaartype. Bij bijtende stoffen geldt “Gevaar” voor huidcorrosie categorie 1A, 1B en 1C, en voor ernstig oogletsel categorie 1.
De keuze tussen “Gevaar” en “Waarschuwing” is niet vrij te kiezen, maar volgt rechtstreeks uit de officiële indeling van de stof zoals die is vastgelegd in bijlage VI van de CLP-verordening, of uit de zelfclassificatie op basis van testgegevens. Wanneer een stof meerdere gevaarclassificaties heeft en voor ten minste één daarvan het signaalwoord “Gevaar” van toepassing is, mag alleen “Gevaar” op het etiket worden vermeld. De twee signaalwoorden mogen nooit tegelijk op één etiket staan.
Voor huidirritatie (categorie 2) of oogirritatie (categorie 2) geldt “Waarschuwing”. Dit onderscheid is belangrijk bij het etiketteren van omgepakte chemicaliën: controleer altijd het veiligheidsinformatieblad van de betreffende stof om het juiste signaalwoord te bepalen.
Wat zijn de eisen voor formaat en leesbaarheid van gevaarspictogrammen?
De CLP-verordening stelt specifieke minimumafmetingen vast voor gevaarspictogrammen, afhankelijk van de inhoud van de verpakking. Hoe kleiner de verpakking, hoe kleiner de minimale afmeting van het pictogram mag zijn, maar er geldt altijd een absolute ondergrens van 1 x 1 centimeter voor de rode ruit.
De minimumafmetingen voor het pictogram als geheel (de rode ruit inclusief symbool) zijn:
- Verpakking tot en met 3 liter: minimaal 10 x 10 mm, aanbevolen 16 x 16 mm.
- Verpakking van meer dan 3 liter tot en met 50 liter: minimaal 23 x 23 mm.
- Verpakking van meer dan 50 liter tot en met 500 liter: minimaal 32 x 32 mm.
- Verpakking van meer dan 500 liter: minimaal 46 x 46 mm.
Naast de afmeting gelden ook eisen voor leesbaarheid en duurzaamheid. Het etiket moet stevig bevestigd zijn op de verpakking, horizontaal leesbaar zijn wanneer de verpakking normaal geplaatst is, en bestand zijn tegen de omstandigheden waaronder de stof wordt gebruikt of opgeslagen. Voor industriële toepassingen betekent dit dat papieren etiketten in de meeste gevallen ongeschikt zijn. Vinyl- of polyesteretiketten bieden de benodigde bestendigheid tegen vocht, chemicaliën en mechanische belasting.
Hoe druk je zelf duurzame etiketten voor bijtende stoffen af?
Het zelf afdrukken van etiketten voor bijtende stoffen is goed mogelijk, mits je beschikt over de juiste printer, het juiste materiaal en betrouwbare ontwerpsoftware. Voor industriële toepassingen is het belangrijk dat het etiket bestand is tegen de stof zelf, maar ook tegen omgevingsfactoren zoals vocht, schoonmaakmiddelen en uv-straling.
Voor het materiaal kies je bij voorkeur voor chemisch-bestendig polyester of high-tack vinyl. Papier is niet geschikt voor etiketten op verpakkingen met bijtende stoffen, omdat het snel beschadigt en onleesbaar wordt. Polyesteretiketten hechten goed op gladde oppervlakken zoals glas, kunststof of metaal en zijn bestand tegen een breed scala aan chemicaliën.
Wij leveren compacte labelprinters zoals de SMS-R1 en de SMS-430/460 die speciaal zijn ontwikkeld voor industriële omgevingen. Deze printers werken met duurzame tapes en printlinten en zijn geschikt voor het afdrukken van pictogrammen, H-zinnen, P-zinnen en andere verplichte CLP-elementen in de juiste afmetingen. Voor het ontwerpen van conforme etiketten kun je gebruikmaken van NiceLabel software, een professionele labelontwerpsuite die workflows ondersteunt en helpt bij het naleven van internationale normen.
Bij het etiket maken voor een decanteerfles of andere werkverpakking geldt: zorg dat alle verplichte CLP-elementen aanwezig zijn, kies een materiaal dat bestand is tegen de betreffende stof, en druk het etiket af in een formaat dat past bij de verpakkingsgrootte. Zo voldoe je aan de decantfles-labelingnorm en zorg je voor een veilige werkomgeving.
Gerelateerde artikelen
- 5 voorbeelden waarbij leidingidentificatie levens had kunnen redden
- Wat moet er op een etiket van een decanteerfles staan?
- Wat is een intern etiket en wanneer gebruik je het bij decantflessen?
- Hoe zorg je voor consistente etikettering van chemicaliën in een fabriek?
- Moeten chemische stoffen van een etiket worden voorzien?
- Wat is het gevaarlabel op de werkplek?
- Wat betekenen de markeringen op pijpleidingen?
- Welke labelprinters zijn compatibel met NiceLabel?
- Kan je Excel-data gebruiken in NiceLabel?
- Welke kleuren labels zijn het meest zichtbaar in chemische omgevingen?

Op een etiket voor bijtende stoffen is het GHS-pictogram met het corrosiepictogram verplicht: een afbeelding van een vloeistof die inwerkt op een oppervlak en een hand. Dit symbool geeft aan dat de stof huid, ogen of materialen ernstig kan beschadigen. Afhankelijk van de gevaarseigenschappen van de stof kunnen aanvullende pictogrammen, signaalwoorden en gevarenaanduidingen verplicht zijn. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over etiketten voor bijtende stoffen, van verplichte pictogrammen tot de eisen voor formaat en het zelf afdrukken van duurzame etiketten.
Welk GHS-pictogram staat voor bijtende stoffen?
Het GHS-pictogram voor bijtende stoffen is GHS05, ook wel het corrosiepictogram genoemd. Het toont een vloeistof die inwerkt op een metalen plaat en een hand, beide met zichtbare aantasting. Dit pictogram is verplicht op etiketten van stoffen of mengsels die zijn ingedeeld als huidcorrosief (categorie 1A, 1B of 1C) of die ernstig oogletsel kunnen veroorzaken (categorie 1).
Het corrosiepictogram wordt ook gebruikt voor stoffen die metalen kunnen aantasten. Denk aan sterke zuren zoals zoutzuur of zwavelzuur, maar ook aan loogoplossingen zoals natriumhydroxide. Wanneer je omgepakte chemicaliën etiketteert, bijvoorbeeld bij het vullen van een decanteerfles, geldt dezelfde etiketteringsplicht als voor de originele verpakking. De CLP-verordening (EG) nr. 1272/2008 schrijft dit voor in de hele Europese Unie.
Het pictogram wordt altijd weergegeven als een zwart symbool op een witte achtergrond, omgeven door een rode ruitvormige rand. Gebruik altijd de officiële GHS-symboolset, want afwijkende of vereenvoudigde versies voldoen niet aan de norm.
Welke andere pictogrammen kunnen op een etiket voor bijtende stoffen staan?
Naast het corrosiepictogram GHS05 kunnen meerdere andere GHS-pictogrammen verplicht zijn, afhankelijk van de volledige gevaarclassificatie van de stof. Bijtende stoffen hebben vaak ook andere gevaarseigenschappen, zoals giftigheid, ontvlambaarheid of milieugevaar, die elk een eigen pictogram vereisen.
Veelvoorkomende aanvullende pictogrammen op etiketten van bijtende stoffen zijn:
- GHS06 (doodshoofd): verplicht bij acute toxiciteit categorie 1, 2 of 3.
- GHS07 (uitroepteken): bij huidirritatie, oogirritatie of lichte acute toxiciteit (categorie 4).
- GHS08 (gezondheidsgevaar): bij stoffen die kankerverwekkend, mutageen of reproductietoxisch zijn, of die de luchtwegen sensibiliseren.
- GHS02 (vlam): wanneer de stof ook ontvlambaar is.
- GHS09 (milieu): bij stoffen die gevaarlijk zijn voor het aquatisch milieu.
Bij het etiket maken voor een decanteerfles met een bijtende stof moet je dus niet alleen kijken naar het corrosiepictogram, maar naar de volledige classificatie van de stof zoals vermeld in het veiligheidsinformatieblad (VIB). Alle van toepassing zijnde pictogrammen zijn verplicht op het etiket.
Wat zijn de overige verplichte onderdelen van een CLP-etiket?
Een CLP-etiket voor bijtende stoffen bestaat uit meer dan alleen pictogrammen. Naast de gevaarspictogrammen zijn de volgende elementen wettelijk verplicht op elk etiket voor gevaarlijke stoffen die op de markt worden gebracht of intern worden omgepakt.
- Naam, adres en telefoonnummer van de leverancier of de verantwoordelijke partij.
- Nominale hoeveelheid van de stof of het mengsel in de verpakking (tenzij elders op de verpakking vermeld).
- Productidentificatoren: de chemische naam of handelsnaam van de stof of het mengsel.
- Signaalwoord: “Gevaar” of “Waarschuwing”, afhankelijk van de ernst van het gevaar.
- Gevarenaanduidingen (H-zinnen): beschrijven de aard en ernst van het gevaar, bijvoorbeeld H314 (veroorzaakt ernstige brandwonden aan de huid en oogletsel).
- Voorzorgsmaatregelen (P-zinnen): geven aan welke maatregelen genomen moeten worden bij gebruik, opslag en bij een incident.
- UFI-code (Unique Formula Identifier): verplicht voor mengsels die aan consumenten of professionele gebruikers worden geleverd, als onderdeel van de meldingsplicht bij gifcentra.
Bij de decantfles-labelingnorm geldt dat ook intern omgepakte stoffen, dus vloeistoffen die worden overgegoten in een kleinere werkfles of spuitfles, volledig gelabeld moeten zijn. Een handgeschreven tekst of een simpel stickertje met alleen de naam van de stof voldoet niet aan de CLP-verordening.
Wanneer geldt het signaalwoord ‘Gevaar’ in plaats van ‘Waarschuwing’?
Het signaalwoord “Gevaar” wordt gebruikt wanneer een stof is ingedeeld in de ernstigste gevaarcategorieën. “Waarschuwing” geldt voor minder ernstige categorieën van hetzelfde gevaartype. Bij bijtende stoffen geldt “Gevaar” voor huidcorrosie categorie 1A, 1B en 1C, en voor ernstig oogletsel categorie 1.
De keuze tussen “Gevaar” en “Waarschuwing” is niet vrij te kiezen, maar volgt rechtstreeks uit de officiële indeling van de stof zoals die is vastgelegd in bijlage VI van de CLP-verordening, of uit de zelfclassificatie op basis van testgegevens. Wanneer een stof meerdere gevaarclassificaties heeft en voor ten minste één daarvan het signaalwoord “Gevaar” van toepassing is, mag alleen “Gevaar” op het etiket worden vermeld. De twee signaalwoorden mogen nooit tegelijk op één etiket staan.
Voor huidirritatie (categorie 2) of oogirritatie (categorie 2) geldt “Waarschuwing”. Dit onderscheid is belangrijk bij het etiketteren van omgepakte chemicaliën: controleer altijd het veiligheidsinformatieblad van de betreffende stof om het juiste signaalwoord te bepalen.
Wat zijn de eisen voor formaat en leesbaarheid van gevaarspictogrammen?
De CLP-verordening stelt specifieke minimumafmetingen vast voor gevaarspictogrammen, afhankelijk van de inhoud van de verpakking. Hoe kleiner de verpakking, hoe kleiner de minimale afmeting van het pictogram mag zijn, maar er geldt altijd een absolute ondergrens van 1 x 1 centimeter voor de rode ruit.
De minimumafmetingen voor het pictogram als geheel (de rode ruit inclusief symbool) zijn:
- Verpakking tot en met 3 liter: minimaal 10 x 10 mm, aanbevolen 16 x 16 mm.
- Verpakking van meer dan 3 liter tot en met 50 liter: minimaal 23 x 23 mm.
- Verpakking van meer dan 50 liter tot en met 500 liter: minimaal 32 x 32 mm.
- Verpakking van meer dan 500 liter: minimaal 46 x 46 mm.
Naast de afmeting gelden ook eisen voor leesbaarheid en duurzaamheid. Het etiket moet stevig bevestigd zijn op de verpakking, horizontaal leesbaar zijn wanneer de verpakking normaal geplaatst is, en bestand zijn tegen de omstandigheden waaronder de stof wordt gebruikt of opgeslagen. Voor industriële toepassingen betekent dit dat papieren etiketten in de meeste gevallen ongeschikt zijn. Vinyl- of polyesteretiketten bieden de benodigde bestendigheid tegen vocht, chemicaliën en mechanische belasting.
Hoe druk je zelf duurzame etiketten voor bijtende stoffen af?
Het zelf afdrukken van etiketten voor bijtende stoffen is goed mogelijk, mits je beschikt over de juiste printer, het juiste materiaal en betrouwbare ontwerpsoftware. Voor industriële toepassingen is het belangrijk dat het etiket bestand is tegen de stof zelf, maar ook tegen omgevingsfactoren zoals vocht, schoonmaakmiddelen en uv-straling.
Voor het materiaal kies je bij voorkeur voor chemisch-bestendig polyester of high-tack vinyl. Papier is niet geschikt voor etiketten op verpakkingen met bijtende stoffen, omdat het snel beschadigt en onleesbaar wordt. Polyesteretiketten hechten goed op gladde oppervlakken zoals glas, kunststof of metaal en zijn bestand tegen een breed scala aan chemicaliën.
Wij leveren compacte labelprinters zoals de SMS-R1 en de SMS-430/460 die speciaal zijn ontwikkeld voor industriële omgevingen. Deze printers werken met duurzame tapes en printlinten en zijn geschikt voor het afdrukken van pictogrammen, H-zinnen, P-zinnen en andere verplichte CLP-elementen in de juiste afmetingen. Voor het ontwerpen van conforme etiketten kun je gebruikmaken van NiceLabel software, een professionele labelontwerpsuite die workflows ondersteunt en helpt bij het naleven van internationale normen.
Bij het etiket maken voor een decanteerfles of andere werkverpakking geldt: zorg dat alle verplichte CLP-elementen aanwezig zijn, kies een materiaal dat bestand is tegen de betreffende stof, en druk het etiket af in een formaat dat past bij de verpakkingsgrootte. Zo voldoe je aan de decantfles-labelingnorm en zorg je voor een veilige werkomgeving.





























































