
Een gevaarlabel op de werkplek is een verplicht etiket dat gevaarlijke stoffen identificeert en gebruikers waarschuwt voor de risico’s die bij die stof horen. Het label bevat gestandaardiseerde symbolen, signaalwoorden en gevaarsinformatie op basis van het internationaal erkende GHS-systeem (Globally Harmonized System). In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over gevaarlabels, van de verplichte inhoud tot de materiaalvereisten voor industrieel gebruik.
Welke informatie staat er op een gevaarlabel?
Een gevaarlabel bevat zes verplichte elementen die samen een volledig beeld geven van de gevaren van een stof. De GHS-etikettering bepaalt exact welke informatie aanwezig moet zijn, zodat iedereen op de werkplek direct begrijpt waarmee hij of zij te maken heeft.
- Productnaam of stofnaam van het gevaarlijke product
- Gevarenpictogrammen die het type gevaar visueel weergeven
- Signaalwoord: “Gevaar” bij ernstige risico’s of “Waarschuwing” bij minder ernstige risico’s
- Gevarenaanduidingen (H-zinnen): beschrijven de aard en ernst van het gevaar
- Veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen): geven aan hoe je veilig met de stof omgaat
- Leveranciersinformatie: naam, adres en telefoonnummer van de verantwoordelijke partij
Afhankelijk van de stof kan het label ook aanvullende informatie bevatten, zoals een noodtelefoonnummer of specifieke opslagvereisten. Alle elementen moeten leesbaar, duurzaam en goed zichtbaar zijn. In industriële omgevingen betekent dat in de praktijk dat het label bestand moet zijn tegen vocht, chemicaliën en temperatuurwisselingen. Een papieren etiket voldoet daar doorgaans niet aan.
Wat zijn de GHS-gevarenpictogrammen op een gevaarlabel?
GHS-gevarenpictogrammen zijn gestandaardiseerde symbolen in een rode ruitvorm die het type gevaar van een stof direct visueel communiceren. Er zijn negen officiële GHS-pictogrammen, elk gekoppeld aan een specifieke gevarencategorie.
- Vlam – ontvlambare stoffen
- Vlam over cirkel – oxiderende stoffen
- Explosie – explosieve stoffen of mengsels
- Gasfles – gassen onder druk
- Doodshoofd – acuut giftige stoffen
- Uitroepteken – irriterende of schadelijke stoffen
- Corrosie – bijtende stoffen die huid of metaal aantasten
- Gezondheidsgevaar – stoffen met ernstige langetermijneffecten
- Milieugevaar – stoffen die schadelijk zijn voor het aquatisch milieu
De pictogrammen zijn bewust universeel ontworpen zodat ze ook begrijpelijk zijn zonder tekst, ook voor medewerkers die de lokale taal niet machtig zijn. Op de werkplek is het belangrijk dat de pictogrammen groot genoeg en scherp gedrukt zijn. Vervaagde of beschadigde pictogrammen zijn niet alleen non-compliant, ze vormen ook een direct veiligheidsrisico.
Wat is het verschil tussen een gevaarlabel en een veiligheidsinformatieblad?
Een gevaarlabel is een beknopte waarschuwing direct op de verpakking of het object, terwijl een veiligheidsinformatieblad (VIB of SDS) een uitgebreid technisch document is met alle gedetailleerde informatie over een gevaarlijke stof. Beide zijn verplicht onder de CLP-verordening, maar ze dienen een ander doel.
Het gevaarlabel geeft medewerkers op de werkvloer direct de meest essentiële informatie: wat is het, hoe gevaarlijk is het en wat doe je bij een incident. Het veiligheidsinformatieblad bevat aanvullende details zoals fysisch-chemische eigenschappen, toxicologische gegevens, milieueffecten en instructies voor afvalverwerking. Het VIB is bedoeld voor veiligheidscoördinatoren, HSE-managers en hulpdiensten die diepgaandere informatie nodig hebben.
In de praktijk werken beide documenten samen. Het label is de eerste lijn van communicatie op de werkvloer; het VIB is de uitgebreide naslagbron. Beide moeten up-to-date zijn en overeenkomen met de actuele classificatie van de stof.
Wanneer ben je verplicht een gevaarlabel te gebruiken op de werkplek?
Je bent verplicht een gevaarlabel te gebruiken op elke verpakking of container die een gevaarlijke stof of mengsel bevat, zodra die stof of dat mengsel valt onder de CLP-verordening (EG 1272/2008). Dit geldt voor fabrikanten, importeurs en ook voor bedrijven die stoffen intern herverpakken of overbrengen naar andere containers.
Concreet betekent dit dat je ook op de werkplek zelf gevaarlabels moet aanbrengen wanneer je een gevaarlijke stof overgiet in een andere emmer, tank of leiding. Een ongemarkeerde container is in dat geval een overtreding van de Arbowet. Hetzelfde geldt voor leidingen die gevaarlijke vloeistoffen of gassen transporteren: ook daar is markering verplicht. Bekijk daarvoor de richtlijnen rondom leidingmarkering volgens ISO 20560.
Uitzondering: wanneer de stof direct wordt gebruikt en de container niet verlaten wordt, kan in sommige gevallen een vereenvoudigde markering volstaan. Dit moet echter altijd worden beoordeeld door een HSE-verantwoordelijke op basis van de specifieke risicosituatie.
Hoe maak je zelf duurzame gevaarlabels voor industrieel gebruik?
Zelf duurzame gevaarlabels maken voor industrieel gebruik doe je met een combinatie van geschikte labelsoftware, een industriële labelprinter en de juiste printmaterialen. De kwaliteit van het eindresultaat hangt af van alle drie de componenten samen.
Een goede aanpak volgt deze stappen:
- Ontwerp het label met professionele labelsoftware zoals NiceLabel, waarmee je GHS-pictogrammen, H-zinnen en P-zinnen correct kunt integreren en voldoet aan normen.
- Kies het juiste materiaal: voor industriële toepassingen gebruik je vinyl of polyester, geen papier. Papier degradeert snel bij vocht, chemicaliën en temperatuurwisselingen.
- Print met een industriële labelprinter die voldoende resolutie biedt voor scherpe pictogrammen en leesbare tekst, ook op kleine labels.
- Lamineer indien nodig: extra bescherming via een transparante toplaag verlengt de levensduur aanzienlijk in agressieve omgevingen.
- Controleer de afmetingen: CLP-regelgeving stelt minimumafmetingen aan labels afhankelijk van de verpakkingsgrootte.
Door labels intern te produceren houd je volledige controle over actualiteit en aanpassingen. Wijzigt een classificatie of een P-zin? Dan pas je het sjabloon aan en druk je direct nieuwe labels af, zonder afhankelijk te zijn van een externe leverancier.
Welke materialen zijn geschikt voor gevaarlabels in zware omstandigheden?
Voor gevaarlabels in zware industriële omstandigheden zijn vinyl en polyester de meest geschikte materialen. Papier is niet geschikt voor permanente gevaarlabels in industriële omgevingen omdat het snel beschadigt door vocht, chemicaliën en mechanische slijtage.
Vinyl voor veelzijdige toepassingen
Vinyl is flexibel, scheurvast en goed bestand tegen vocht en milde chemicaliën. Het hecht goed op metaal, plastic en onregelmatige oppervlakken. High-tack vinyl is bij uitstek geschikt voor labels die lang op hun plek moeten blijven, ook in omgevingen met trillingen of temperatuurwisselingen. Dit maakt vinyl populair voor machine-identificatie, veiligheidslabels en containermarkering.
Polyester voor agressieve omgevingen
Polyester is harder, dimensioneel stabieler en biedt betere weerstand tegen agressieve chemicaliën, oplosmiddelen en extreme temperaturen. In de chemische industrie en procesindustrie is chemisch-bestendig polyester de standaard voor gevaarlabels op leidingen, tanks en apparatuur. Polyester labels behouden hun leesbaarheid ook na langdurige blootstelling aan reinigingsmiddelen of stoom.
Bij het kiezen van het materiaal spelen de omgevingsfactoren een doorslaggevende rol: temperatuurbereik, blootstelling aan chemicaliën, UV-belasting en de aard van het oppervlak waarop het label wordt aangebracht. Een verkeerde materiaalkeuze is een van de meest voorkomende redenen waarom labels loslaten of onleesbaar worden, ook op leidingen.
Wat zijn de meest gemaakte fouten bij gevaarlabels op de werkplek?
De meest gemaakte fouten bij gevaarlabels zijn verouderde informatie, verkeerde materiaalvereisten, onleesbare pictogrammen en labels die loslaten of beschadigen door de omgeving. Elk van deze fouten kan leiden tot gevaarlijke situaties en non-compliance.
- Verouderde classificatie: de GHS-indeling van stoffen wordt periodiek herzien. Labels die niet worden bijgewerkt geven onjuiste risico-informatie.
- Papieren labels in vochtige of chemische omgevingen: papier degradeert snel en valt los, juist op de plekken waar markering het meest kritisch is.
- Labels vallen van leidingen: dit is een veelvoorkomend probleem wanneer het verkeerde materiaal of de verkeerde hechtlaag wordt gebruikt. Leidingen worden blootgesteld aan warmte, trillingen en reinigingsmiddelen, waardoor labels met onvoldoende hechting snel loslaten.
- Te kleine of onleesbare tekst en pictogrammen: CLP-regelgeving stelt minimumvereisten aan de grootte van labels en pictogrammen. Kleinere labels zijn soms verleidelijk, maar niet altijd toegestaan.
- Ontbrekende P-zinnen of H-zinnen: een label dat alleen een pictogram toont zonder de bijbehorende gevarenaanduidingen is incompleet en non-compliant.
- Slechte plaatsing: een label op een plek die niet zichtbaar is bij normaal gebruik biedt geen bescherming.
De oplossing voor de meeste van deze fouten ligt in een combinatie van het juiste materiaal, een goed ontworpen labelsjabloon en een periodieke inspectieroutine waarbij labels worden gecontroleerd op leesbaarheid en actualiteit.
Hoe Rebo Systems helpt met duurzame gevaarlabels
Wij begrijpen dat gevaarlabels in de industrie meer moeten zijn dan een sticker. Ze moeten betrouwbaar blijven onder de zwaarste omstandigheden, voldoen aan actuele regelgeving en intern eenvoudig te produceren zijn. Dat is precies waar wij op inzetten.
- Industriële labelprinters zoals de SMS-R1 en SMS-430/460 die scherpe, duurzame labels produceren in uiteenlopende formaten
- NiceLabel software voor correct ontworpen GHS-etiketten met de juiste pictogrammen, H-zinnen en P-zinnen
- Vinyl en polyester printmaterialen die bestand zijn tegen chemicaliën, vocht, UV en mechanische belasting
- Kant-en-klare GHS-etiketten uit de Pikt-O-Norm veiligheidsgids voor directe toepassing
- Persoonlijk advies van onze regionale adviseurs over de juiste materiaal- en printercombinatie voor jouw specifieke omgeving
Of het nu gaat om labels die loslaten van leidingen, verouderde veiligheidsetiketten of de overstap naar zelfproductie: wij helpen je verder. Bekijk ons aanbod aan GHS-etiketten en gevaarlabels of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek met een van onze adviseurs.

Een gevaarlabel op de werkplek is een verplicht etiket dat gevaarlijke stoffen identificeert en gebruikers waarschuwt voor de risico’s die bij die stof horen. Het label bevat gestandaardiseerde symbolen, signaalwoorden en gevaarsinformatie op basis van het internationaal erkende GHS-systeem (Globally Harmonized System). In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over gevaarlabels, van de verplichte inhoud tot de materiaalvereisten voor industrieel gebruik.
Welke informatie staat er op een gevaarlabel?
Een gevaarlabel bevat zes verplichte elementen die samen een volledig beeld geven van de gevaren van een stof. De GHS-etikettering bepaalt exact welke informatie aanwezig moet zijn, zodat iedereen op de werkplek direct begrijpt waarmee hij of zij te maken heeft.
- Productnaam of stofnaam van het gevaarlijke product
- Gevarenpictogrammen die het type gevaar visueel weergeven
- Signaalwoord: “Gevaar” bij ernstige risico’s of “Waarschuwing” bij minder ernstige risico’s
- Gevarenaanduidingen (H-zinnen): beschrijven de aard en ernst van het gevaar
- Veiligheidsaanbevelingen (P-zinnen): geven aan hoe je veilig met de stof omgaat
- Leveranciersinformatie: naam, adres en telefoonnummer van de verantwoordelijke partij
Afhankelijk van de stof kan het label ook aanvullende informatie bevatten, zoals een noodtelefoonnummer of specifieke opslagvereisten. Alle elementen moeten leesbaar, duurzaam en goed zichtbaar zijn. In industriële omgevingen betekent dat in de praktijk dat het label bestand moet zijn tegen vocht, chemicaliën en temperatuurwisselingen. Een papieren etiket voldoet daar doorgaans niet aan.
Wat zijn de GHS-gevarenpictogrammen op een gevaarlabel?
GHS-gevarenpictogrammen zijn gestandaardiseerde symbolen in een rode ruitvorm die het type gevaar van een stof direct visueel communiceren. Er zijn negen officiële GHS-pictogrammen, elk gekoppeld aan een specifieke gevarencategorie.
- Vlam – ontvlambare stoffen
- Vlam over cirkel – oxiderende stoffen
- Explosie – explosieve stoffen of mengsels
- Gasfles – gassen onder druk
- Doodshoofd – acuut giftige stoffen
- Uitroepteken – irriterende of schadelijke stoffen
- Corrosie – bijtende stoffen die huid of metaal aantasten
- Gezondheidsgevaar – stoffen met ernstige langetermijneffecten
- Milieugevaar – stoffen die schadelijk zijn voor het aquatisch milieu
De pictogrammen zijn bewust universeel ontworpen zodat ze ook begrijpelijk zijn zonder tekst, ook voor medewerkers die de lokale taal niet machtig zijn. Op de werkplek is het belangrijk dat de pictogrammen groot genoeg en scherp gedrukt zijn. Vervaagde of beschadigde pictogrammen zijn niet alleen non-compliant, ze vormen ook een direct veiligheidsrisico.
Wat is het verschil tussen een gevaarlabel en een veiligheidsinformatieblad?
Een gevaarlabel is een beknopte waarschuwing direct op de verpakking of het object, terwijl een veiligheidsinformatieblad (VIB of SDS) een uitgebreid technisch document is met alle gedetailleerde informatie over een gevaarlijke stof. Beide zijn verplicht onder de CLP-verordening, maar ze dienen een ander doel.
Het gevaarlabel geeft medewerkers op de werkvloer direct de meest essentiële informatie: wat is het, hoe gevaarlijk is het en wat doe je bij een incident. Het veiligheidsinformatieblad bevat aanvullende details zoals fysisch-chemische eigenschappen, toxicologische gegevens, milieueffecten en instructies voor afvalverwerking. Het VIB is bedoeld voor veiligheidscoördinatoren, HSE-managers en hulpdiensten die diepgaandere informatie nodig hebben.
In de praktijk werken beide documenten samen. Het label is de eerste lijn van communicatie op de werkvloer; het VIB is de uitgebreide naslagbron. Beide moeten up-to-date zijn en overeenkomen met de actuele classificatie van de stof.
Wanneer ben je verplicht een gevaarlabel te gebruiken op de werkplek?
Je bent verplicht een gevaarlabel te gebruiken op elke verpakking of container die een gevaarlijke stof of mengsel bevat, zodra die stof of dat mengsel valt onder de CLP-verordening (EG 1272/2008). Dit geldt voor fabrikanten, importeurs en ook voor bedrijven die stoffen intern herverpakken of overbrengen naar andere containers.
Concreet betekent dit dat je ook op de werkplek zelf gevaarlabels moet aanbrengen wanneer je een gevaarlijke stof overgiet in een andere emmer, tank of leiding. Een ongemarkeerde container is in dat geval een overtreding van de Arbowet. Hetzelfde geldt voor leidingen die gevaarlijke vloeistoffen of gassen transporteren: ook daar is markering verplicht. Bekijk daarvoor de richtlijnen rondom leidingmarkering volgens ISO 20560.
Uitzondering: wanneer de stof direct wordt gebruikt en de container niet verlaten wordt, kan in sommige gevallen een vereenvoudigde markering volstaan. Dit moet echter altijd worden beoordeeld door een HSE-verantwoordelijke op basis van de specifieke risicosituatie.
Hoe maak je zelf duurzame gevaarlabels voor industrieel gebruik?
Zelf duurzame gevaarlabels maken voor industrieel gebruik doe je met een combinatie van geschikte labelsoftware, een industriële labelprinter en de juiste printmaterialen. De kwaliteit van het eindresultaat hangt af van alle drie de componenten samen.
Een goede aanpak volgt deze stappen:
- Ontwerp het label met professionele labelsoftware zoals NiceLabel, waarmee je GHS-pictogrammen, H-zinnen en P-zinnen correct kunt integreren en voldoet aan normen.
- Kies het juiste materiaal: voor industriële toepassingen gebruik je vinyl of polyester, geen papier. Papier degradeert snel bij vocht, chemicaliën en temperatuurwisselingen.
- Print met een industriële labelprinter die voldoende resolutie biedt voor scherpe pictogrammen en leesbare tekst, ook op kleine labels.
- Lamineer indien nodig: extra bescherming via een transparante toplaag verlengt de levensduur aanzienlijk in agressieve omgevingen.
- Controleer de afmetingen: CLP-regelgeving stelt minimumafmetingen aan labels afhankelijk van de verpakkingsgrootte.
Door labels intern te produceren houd je volledige controle over actualiteit en aanpassingen. Wijzigt een classificatie of een P-zin? Dan pas je het sjabloon aan en druk je direct nieuwe labels af, zonder afhankelijk te zijn van een externe leverancier.
Welke materialen zijn geschikt voor gevaarlabels in zware omstandigheden?
Voor gevaarlabels in zware industriële omstandigheden zijn vinyl en polyester de meest geschikte materialen. Papier is niet geschikt voor permanente gevaarlabels in industriële omgevingen omdat het snel beschadigt door vocht, chemicaliën en mechanische slijtage.
Vinyl voor veelzijdige toepassingen
Vinyl is flexibel, scheurvast en goed bestand tegen vocht en milde chemicaliën. Het hecht goed op metaal, plastic en onregelmatige oppervlakken. High-tack vinyl is bij uitstek geschikt voor labels die lang op hun plek moeten blijven, ook in omgevingen met trillingen of temperatuurwisselingen. Dit maakt vinyl populair voor machine-identificatie, veiligheidslabels en containermarkering.
Polyester voor agressieve omgevingen
Polyester is harder, dimensioneel stabieler en biedt betere weerstand tegen agressieve chemicaliën, oplosmiddelen en extreme temperaturen. In de chemische industrie en procesindustrie is chemisch-bestendig polyester de standaard voor gevaarlabels op leidingen, tanks en apparatuur. Polyester labels behouden hun leesbaarheid ook na langdurige blootstelling aan reinigingsmiddelen of stoom.
Bij het kiezen van het materiaal spelen de omgevingsfactoren een doorslaggevende rol: temperatuurbereik, blootstelling aan chemicaliën, UV-belasting en de aard van het oppervlak waarop het label wordt aangebracht. Een verkeerde materiaalkeuze is een van de meest voorkomende redenen waarom labels loslaten of onleesbaar worden, ook op leidingen.
Wat zijn de meest gemaakte fouten bij gevaarlabels op de werkplek?
De meest gemaakte fouten bij gevaarlabels zijn verouderde informatie, verkeerde materiaalvereisten, onleesbare pictogrammen en labels die loslaten of beschadigen door de omgeving. Elk van deze fouten kan leiden tot gevaarlijke situaties en non-compliance.
- Verouderde classificatie: de GHS-indeling van stoffen wordt periodiek herzien. Labels die niet worden bijgewerkt geven onjuiste risico-informatie.
- Papieren labels in vochtige of chemische omgevingen: papier degradeert snel en valt los, juist op de plekken waar markering het meest kritisch is.
- Labels vallen van leidingen: dit is een veelvoorkomend probleem wanneer het verkeerde materiaal of de verkeerde hechtlaag wordt gebruikt. Leidingen worden blootgesteld aan warmte, trillingen en reinigingsmiddelen, waardoor labels met onvoldoende hechting snel loslaten.
- Te kleine of onleesbare tekst en pictogrammen: CLP-regelgeving stelt minimumvereisten aan de grootte van labels en pictogrammen. Kleinere labels zijn soms verleidelijk, maar niet altijd toegestaan.
- Ontbrekende P-zinnen of H-zinnen: een label dat alleen een pictogram toont zonder de bijbehorende gevarenaanduidingen is incompleet en non-compliant.
- Slechte plaatsing: een label op een plek die niet zichtbaar is bij normaal gebruik biedt geen bescherming.
De oplossing voor de meeste van deze fouten ligt in een combinatie van het juiste materiaal, een goed ontworpen labelsjabloon en een periodieke inspectieroutine waarbij labels worden gecontroleerd op leesbaarheid en actualiteit.
Hoe Rebo Systems helpt met duurzame gevaarlabels
Wij begrijpen dat gevaarlabels in de industrie meer moeten zijn dan een sticker. Ze moeten betrouwbaar blijven onder de zwaarste omstandigheden, voldoen aan actuele regelgeving en intern eenvoudig te produceren zijn. Dat is precies waar wij op inzetten.
- Industriële labelprinters zoals de SMS-R1 en SMS-430/460 die scherpe, duurzame labels produceren in uiteenlopende formaten
- NiceLabel software voor correct ontworpen GHS-etiketten met de juiste pictogrammen, H-zinnen en P-zinnen
- Vinyl en polyester printmaterialen die bestand zijn tegen chemicaliën, vocht, UV en mechanische belasting
- Kant-en-klare GHS-etiketten uit de Pikt-O-Norm veiligheidsgids voor directe toepassing
- Persoonlijk advies van onze regionale adviseurs over de juiste materiaal- en printercombinatie voor jouw specifieke omgeving
Of het nu gaat om labels die loslaten van leidingen, verouderde veiligheidsetiketten of de overstap naar zelfproductie: wij helpen je verder. Bekijk ons aanbod aan GHS-etiketten en gevaarlabels of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek met een van onze adviseurs.





























































