
Bij corrosieve stoffen is het GHS05-pictogram verplicht: een afbeelding van een vloeistof die inwerkt op een hand en een metaalplaat. Dit symbool waarschuwt voor stoffen die huid, ogen of materialen kunnen aantasten. Op basis van de GHS-etiketteringsregels geldt dit pictogram voor zuren, basen en andere bijtende chemicaliën die in industriële omgevingen worden gebruikt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over verplichte pictogrammen, etiketinhoud en geschikte labelmaterialen.
Welk GHS-pictogram hoort bij corrosieve stoffen?
Het verplichte pictogram voor corrosieve stoffen is GHS05, ook wel het “corrosiesymbool” genoemd. Het toont een vloeistof die een hand en een metaalplaat aantast, en waarschuwt daarmee voor stoffen die levend weefsel of materialen kunnen beschadigen bij direct contact. Dit pictogram is vastgelegd in de wereldwijde GHS-systematiek en in Europa verankerd via de CLP-verordening.
GHS05 is van toepassing op stoffen en mengsels die als huidcorrosief of ernstig oogletsel veroorzakend zijn ingedeeld. Denk aan sterke zuren zoals zwavelzuur en salpeterzuur, maar ook aan loogoplossingen zoals natriumhydroxide. In industriële omgevingen komen deze stoffen voor in de procesindustrie, chemische fabrieken, reinigingsinstallaties en laboratoria.
Naast het pictogram zelf is ook het signaalwoord “Gevaar” verplicht op het etiket wanneer het om de ernstigste gevarenklassen gaat. Bij minder ernstige corrosieve eigenschappen kan het signaalwoord “Waarschuwing” worden gebruikt, maar het GHS05-pictogram blijft in beide gevallen van toepassing.
Wanneer zijn meerdere pictogrammen tegelijk verplicht?
Meerdere pictogrammen zijn verplicht wanneer een stof of mengsel meerdere gevareneigenschappen heeft. Een corrosieve vloeistof kan tegelijkertijd ontvlambaar, giftig of milieugevaarlijk zijn. In dat geval moeten alle van toepassing zijnde GHS-pictogrammen samen op het etiket worden vermeld, elk voor de gevaren waarvoor ze staan.
De CLP-verordening schrijft voor dat alle relevante gevarenklassen afzonderlijk worden beoordeeld. Wanneer een stof zowel corrosief als ontvlambaar is, verschijnen dus zowel GHS05 (corrosie) als GHS02 (vlam) op het etiket. Dit cumulatieve systeem zorgt ervoor dat gebruikers in één oogopslag alle risico’s kunnen overzien.
Er gelden wel enkele uitzonderingsregels. Wanneer het pictogram voor acute toxiciteit (GHS06) aanwezig is, hoeft het minder ernstige schadelijkheidspictogram (GHS07) in bepaalde situaties niet meer te worden afgebeeld. Dergelijke prioriteringsregels zijn vastgelegd in bijlage I van de CLP-verordening en vereisen een zorgvuldige gevarenindeling door de verantwoordelijke partij.
Wat betekenen de H- en P-zinnen op een corrosief etiket?
H-zinnen (gevarenaanduidingen) beschrijven de aard en ernst van het gevaar van een stof. P-zinnen (veiligheidsaanbevelingen) geven aan welke voorzorgsmaatregelen gebruikers moeten nemen. Samen vormen ze de tekstuele kern van een GHS-conform etiket en zijn ze net zo verplicht als de pictogrammen zelf.
H-zinnen voor corrosieve stoffen
Voor corrosieve stoffen zijn de meest voorkomende H-zinnen H290 (kan metalen aantasten), H314 (veroorzaakt ernstige brandwonden aan huid en ogen) en H318 (veroorzaakt ernstig oogletsel). De exacte H-zinnen hangen af van de gevarenklasse en categorie waarin de stof is ingedeeld. Een stof met H314 vereist altijd het GHS05-pictogram.
P-zinnen voor corrosieve stoffen
Bijbehorende P-zinnen voor corrosieve stoffen zijn onder meer P260 (damp of nevel niet inademen), P280 (beschermende handschoenen, oogbescherming en gezichtsbescherming dragen) en P310 (onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM of arts raadplegen). De keuze van P-zinnen is niet vrij: de CLP-verordening koppelt specifieke P-zinnen aan specifieke gevarencategorieën. De verantwoordelijke voor het etiket moet deze koppeling correct toepassen.
Welke normen bepalen de etiketteringsplicht voor corrosieve stoffen?
De etiketteringsplicht voor corrosieve stoffen in Europa wordt primair bepaald door de CLP-verordening (EG) nr. 1272/2008. Deze verordening implementeert het wereldwijde GHS-systeem in Europees recht en stelt verplicht welke pictogrammen, signaalwoorden, H-zinnen en P-zinnen op een etiket moeten staan voor elke gevarenklasse.
Naast de CLP-verordening zijn ook de volgende kaders relevant voor industriële omgevingen:
- REACH-verordening (EG) nr. 1907/2006: regelt de registratie en veiligheidsinformatie van chemische stoffen, inclusief de inhoud van veiligheidsinformatiebladen die de etikettekst onderbouwen.
- ATEX-richtlijnen: relevant wanneer corrosieve stoffen ook ontvlambaar zijn en in explosiegevaarlijke omgevingen worden gebruikt.
- Arbowetgeving: werkgevers zijn verplicht werknemers te informeren over gevaarlijke stoffen, waarvoor correcte etikettering een essentieel instrument is.
Voor leidingmarkeringen in industriële installaties gelden aanvullende normen, zoals ISO 20560 voor leidingidentificatie. Deze norm schrijft kleurcodering en symboolgebruik voor op leidingen die gevaarlijke stoffen transporteren, waaronder corrosieve vloeistoffen en gassen.
Waar moeten corrosieve pictogrammen op een label worden geplaatst?
Corrosieve pictogrammen moeten op het etiket duidelijk zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar zijn. Ze worden weergegeven als witte ruiten met rode rand en zwart symbool, en mogen niet kleiner zijn dan de minimumafmetingen die de CLP-verordening voorschrijft op basis van de verpakkingsinhoud.
De minimumafmetingen voor GHS-pictogrammen zijn gekoppeld aan de inhoud van de verpakking:
- Tot 3 liter: minimaal 10 x 10 mm (bij voorkeur 16 x 16 mm)
- 3 tot 50 liter: minimaal 23 x 23 mm
- 50 tot 500 liter: minimaal 32 x 32 mm
- Meer dan 500 liter: minimaal 46 x 46 mm
Alle verplichte etiketelementen, dus pictogrammen, signaalwoord, productnaam, H-zinnen, P-zinnen en leveranciersgegevens, moeten op hetzelfde oppervlak van de verpakking staan. Ze mogen niet over meerdere zijden worden verdeeld. Het etiket zelf moet stevig bevestigd zijn en mag niet loslaten of onleesbaar worden onder de omstandigheden waaraan de verpakking wordt blootgesteld.
Welke materialen zijn geschikt voor labels op corrosieve stoffen?
Labels op verpakkingen of installaties met corrosieve stoffen moeten bestand zijn tegen chemische inwerking, vocht en temperatuurwisselingen. Papieren labels zijn hiervoor ongeschikt. De juiste keuze is polyester of vinyl labels, bij voorkeur voorzien van een chemisch-resistente toplaag of laminaat dat voorkomt dat de tekst en pictogrammen vervagen of loslaten.
In industriële omgevingen is het risico dat gevarenpictogrammen vervagen door UV-straling een reëel probleem, zeker bij buitenopslag of bij installaties nabij ramen en dakluiken. UV-bestendige materialen en inktsoorten zijn daarom essentieel voor labels die langdurig leesbaar moeten blijven. Een label waarop het GHS05-pictogram nauwelijks meer zichtbaar is, voldoet niet meer aan de wettelijke etiketteringsplicht en vormt een veiligheidsrisico.
De volgende materiaaleigenschappen zijn bepalend voor de keuze van een geschikt label:
- Chemische bestendigheid: het materiaal mag niet oplossen, verkleuren of loslaten bij contact met de stof of reinigingsmiddelen.
- UV-bestendigheid: om te voorkomen dat gevarenpictogrammen vervagen door UV-blootstelling, zijn UV-stabiele materialen en inkten vereist.
- Temperatuurbestendigheid: bij processen met hoge temperaturen of stoomreiniging is hittebestendig polyester de aangewezen keuze.
- Hechting: high-tack lijm zorgt ervoor dat het label ook op ruwe, vochtige of licht vettige oppervlakken blijft zitten.
- Leesbaarheid: hoog contrast tussen achtergrond en tekst of pictogram blijft behouden, ook na langdurige blootstelling.
Voor tijdelijke etikettering bij transport of opslag kan een minder robuust materiaal volstaan, maar voor permanente identificatie in een industriële omgeving is duurzaam vinyl of polyester de enige verantwoorde keuze.
Hoe Rebo Systems helpt bij corrosieve etikettering
Correcte etikettering van corrosieve stoffen is geen detail maar een wettelijke verplichting met directe gevolgen voor de veiligheid van medewerkers. Wij ondersteunen industriële organisaties bij het produceren van GHS-conforme labels die bestand zijn tegen de zwaarste omstandigheden.
Wat wij bieden voor corrosieve etikettering:
- Duurzame labelmaterialen in vinyl en polyester, chemisch-bestendig en UV-stabiel, zodat gevarenpictogrammen niet vervagen door UV of chemische blootstelling.
- Industriële labelprinters zoals de SMS-R1 en SMS-430/460, waarmee je zelfstandig GHS-etiketten produceert in de juiste afmetingen en kleuren.
- NiceLabel software voor het ontwerpen van conforme etiketten met de juiste pictogrammen, H-zinnen en P-zinnen, inclusief workflowbeheer voor herhaalde productie.
- Advies op maat van onze regionale specialisten, die meedenken over materiaalgeschiktheid voor jouw specifieke chemische omgeving.
Wil je zeker weten dat jouw labels voldoen aan de CLP-etiketteringsplicht en bestand zijn tegen de stoffen waarmee je werkt? Neem contact op met ons team voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Bij corrosieve stoffen is het GHS05-pictogram verplicht: een afbeelding van een vloeistof die inwerkt op een hand en een metaalplaat. Dit symbool waarschuwt voor stoffen die huid, ogen of materialen kunnen aantasten. Op basis van de GHS-etiketteringsregels geldt dit pictogram voor zuren, basen en andere bijtende chemicaliën die in industriële omgevingen worden gebruikt. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over verplichte pictogrammen, etiketinhoud en geschikte labelmaterialen.
Welk GHS-pictogram hoort bij corrosieve stoffen?
Het verplichte pictogram voor corrosieve stoffen is GHS05, ook wel het “corrosiesymbool” genoemd. Het toont een vloeistof die een hand en een metaalplaat aantast, en waarschuwt daarmee voor stoffen die levend weefsel of materialen kunnen beschadigen bij direct contact. Dit pictogram is vastgelegd in de wereldwijde GHS-systematiek en in Europa verankerd via de CLP-verordening.
GHS05 is van toepassing op stoffen en mengsels die als huidcorrosief of ernstig oogletsel veroorzakend zijn ingedeeld. Denk aan sterke zuren zoals zwavelzuur en salpeterzuur, maar ook aan loogoplossingen zoals natriumhydroxide. In industriële omgevingen komen deze stoffen voor in de procesindustrie, chemische fabrieken, reinigingsinstallaties en laboratoria.
Naast het pictogram zelf is ook het signaalwoord “Gevaar” verplicht op het etiket wanneer het om de ernstigste gevarenklassen gaat. Bij minder ernstige corrosieve eigenschappen kan het signaalwoord “Waarschuwing” worden gebruikt, maar het GHS05-pictogram blijft in beide gevallen van toepassing.
Wanneer zijn meerdere pictogrammen tegelijk verplicht?
Meerdere pictogrammen zijn verplicht wanneer een stof of mengsel meerdere gevareneigenschappen heeft. Een corrosieve vloeistof kan tegelijkertijd ontvlambaar, giftig of milieugevaarlijk zijn. In dat geval moeten alle van toepassing zijnde GHS-pictogrammen samen op het etiket worden vermeld, elk voor de gevaren waarvoor ze staan.
De CLP-verordening schrijft voor dat alle relevante gevarenklassen afzonderlijk worden beoordeeld. Wanneer een stof zowel corrosief als ontvlambaar is, verschijnen dus zowel GHS05 (corrosie) als GHS02 (vlam) op het etiket. Dit cumulatieve systeem zorgt ervoor dat gebruikers in één oogopslag alle risico’s kunnen overzien.
Er gelden wel enkele uitzonderingsregels. Wanneer het pictogram voor acute toxiciteit (GHS06) aanwezig is, hoeft het minder ernstige schadelijkheidspictogram (GHS07) in bepaalde situaties niet meer te worden afgebeeld. Dergelijke prioriteringsregels zijn vastgelegd in bijlage I van de CLP-verordening en vereisen een zorgvuldige gevarenindeling door de verantwoordelijke partij.
Wat betekenen de H- en P-zinnen op een corrosief etiket?
H-zinnen (gevarenaanduidingen) beschrijven de aard en ernst van het gevaar van een stof. P-zinnen (veiligheidsaanbevelingen) geven aan welke voorzorgsmaatregelen gebruikers moeten nemen. Samen vormen ze de tekstuele kern van een GHS-conform etiket en zijn ze net zo verplicht als de pictogrammen zelf.
H-zinnen voor corrosieve stoffen
Voor corrosieve stoffen zijn de meest voorkomende H-zinnen H290 (kan metalen aantasten), H314 (veroorzaakt ernstige brandwonden aan huid en ogen) en H318 (veroorzaakt ernstig oogletsel). De exacte H-zinnen hangen af van de gevarenklasse en categorie waarin de stof is ingedeeld. Een stof met H314 vereist altijd het GHS05-pictogram.
P-zinnen voor corrosieve stoffen
Bijbehorende P-zinnen voor corrosieve stoffen zijn onder meer P260 (damp of nevel niet inademen), P280 (beschermende handschoenen, oogbescherming en gezichtsbescherming dragen) en P310 (onmiddellijk een ANTIGIFCENTRUM of arts raadplegen). De keuze van P-zinnen is niet vrij: de CLP-verordening koppelt specifieke P-zinnen aan specifieke gevarencategorieën. De verantwoordelijke voor het etiket moet deze koppeling correct toepassen.
Welke normen bepalen de etiketteringsplicht voor corrosieve stoffen?
De etiketteringsplicht voor corrosieve stoffen in Europa wordt primair bepaald door de CLP-verordening (EG) nr. 1272/2008. Deze verordening implementeert het wereldwijde GHS-systeem in Europees recht en stelt verplicht welke pictogrammen, signaalwoorden, H-zinnen en P-zinnen op een etiket moeten staan voor elke gevarenklasse.
Naast de CLP-verordening zijn ook de volgende kaders relevant voor industriële omgevingen:
- REACH-verordening (EG) nr. 1907/2006: regelt de registratie en veiligheidsinformatie van chemische stoffen, inclusief de inhoud van veiligheidsinformatiebladen die de etikettekst onderbouwen.
- ATEX-richtlijnen: relevant wanneer corrosieve stoffen ook ontvlambaar zijn en in explosiegevaarlijke omgevingen worden gebruikt.
- Arbowetgeving: werkgevers zijn verplicht werknemers te informeren over gevaarlijke stoffen, waarvoor correcte etikettering een essentieel instrument is.
Voor leidingmarkeringen in industriële installaties gelden aanvullende normen, zoals ISO 20560 voor leidingidentificatie. Deze norm schrijft kleurcodering en symboolgebruik voor op leidingen die gevaarlijke stoffen transporteren, waaronder corrosieve vloeistoffen en gassen.
Waar moeten corrosieve pictogrammen op een label worden geplaatst?
Corrosieve pictogrammen moeten op het etiket duidelijk zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar zijn. Ze worden weergegeven als witte ruiten met rode rand en zwart symbool, en mogen niet kleiner zijn dan de minimumafmetingen die de CLP-verordening voorschrijft op basis van de verpakkingsinhoud.
De minimumafmetingen voor GHS-pictogrammen zijn gekoppeld aan de inhoud van de verpakking:
- Tot 3 liter: minimaal 10 x 10 mm (bij voorkeur 16 x 16 mm)
- 3 tot 50 liter: minimaal 23 x 23 mm
- 50 tot 500 liter: minimaal 32 x 32 mm
- Meer dan 500 liter: minimaal 46 x 46 mm
Alle verplichte etiketelementen, dus pictogrammen, signaalwoord, productnaam, H-zinnen, P-zinnen en leveranciersgegevens, moeten op hetzelfde oppervlak van de verpakking staan. Ze mogen niet over meerdere zijden worden verdeeld. Het etiket zelf moet stevig bevestigd zijn en mag niet loslaten of onleesbaar worden onder de omstandigheden waaraan de verpakking wordt blootgesteld.
Welke materialen zijn geschikt voor labels op corrosieve stoffen?
Labels op verpakkingen of installaties met corrosieve stoffen moeten bestand zijn tegen chemische inwerking, vocht en temperatuurwisselingen. Papieren labels zijn hiervoor ongeschikt. De juiste keuze is polyester of vinyl labels, bij voorkeur voorzien van een chemisch-resistente toplaag of laminaat dat voorkomt dat de tekst en pictogrammen vervagen of loslaten.
In industriële omgevingen is het risico dat gevarenpictogrammen vervagen door UV-straling een reëel probleem, zeker bij buitenopslag of bij installaties nabij ramen en dakluiken. UV-bestendige materialen en inktsoorten zijn daarom essentieel voor labels die langdurig leesbaar moeten blijven. Een label waarop het GHS05-pictogram nauwelijks meer zichtbaar is, voldoet niet meer aan de wettelijke etiketteringsplicht en vormt een veiligheidsrisico.
De volgende materiaaleigenschappen zijn bepalend voor de keuze van een geschikt label:
- Chemische bestendigheid: het materiaal mag niet oplossen, verkleuren of loslaten bij contact met de stof of reinigingsmiddelen.
- UV-bestendigheid: om te voorkomen dat gevarenpictogrammen vervagen door UV-blootstelling, zijn UV-stabiele materialen en inkten vereist.
- Temperatuurbestendigheid: bij processen met hoge temperaturen of stoomreiniging is hittebestendig polyester de aangewezen keuze.
- Hechting: high-tack lijm zorgt ervoor dat het label ook op ruwe, vochtige of licht vettige oppervlakken blijft zitten.
- Leesbaarheid: hoog contrast tussen achtergrond en tekst of pictogram blijft behouden, ook na langdurige blootstelling.
Voor tijdelijke etikettering bij transport of opslag kan een minder robuust materiaal volstaan, maar voor permanente identificatie in een industriële omgeving is duurzaam vinyl of polyester de enige verantwoorde keuze.
Hoe Rebo Systems helpt bij corrosieve etikettering
Correcte etikettering van corrosieve stoffen is geen detail maar een wettelijke verplichting met directe gevolgen voor de veiligheid van medewerkers. Wij ondersteunen industriële organisaties bij het produceren van GHS-conforme labels die bestand zijn tegen de zwaarste omstandigheden.
Wat wij bieden voor corrosieve etikettering:
- Duurzame labelmaterialen in vinyl en polyester, chemisch-bestendig en UV-stabiel, zodat gevarenpictogrammen niet vervagen door UV of chemische blootstelling.
- Industriële labelprinters zoals de SMS-R1 en SMS-430/460, waarmee je zelfstandig GHS-etiketten produceert in de juiste afmetingen en kleuren.
- NiceLabel software voor het ontwerpen van conforme etiketten met de juiste pictogrammen, H-zinnen en P-zinnen, inclusief workflowbeheer voor herhaalde productie.
- Advies op maat van onze regionale specialisten, die meedenken over materiaalgeschiktheid voor jouw specifieke chemische omgeving.
Wil je zeker weten dat jouw labels voldoen aan de CLP-etiketteringsplicht en bestand zijn tegen de stoffen waarmee je werkt? Neem contact op met ons team voor een vrijblijvend adviesgesprek.





























































