Industriële metalen leidingen met gele ATEX-gevaarbanden in een donkere procesinstallatie, omgeven door stalen kleppen en flenzen.

Leidingen in een explosiegevaarlijke zone markeer je met duurzame, antistatische labels die voldoen aan de NEN-EN-ISO 20560-norm voor leidingidentificatie, gecombineerd met de ATEX-richtlijnen (2014/34/EU) voor gebruik in Ex-zones. De markering moet bestand zijn tegen chemicaliën, hitte en mechanische belasting, en mag zelf geen ontsteking veroorzaken. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over leidingmarkering in Ex-zones, van normen en materialen tot plaatsingsafstanden en veelgemaakte fouten.

Welke normen gelden voor leidingmarkering in ATEX-zones?

Voor leidingmarkering in ATEX-zones gelden primair twee normenkaders: de NEN-EN-ISO 20560 voor de inhoud en opmaak van leidingmarkeringen, en de ATEX-richtlijn 2014/34/EU, die eisen stelt aan apparatuur en materialen die worden gebruikt in explosiegevaarlijke omgevingen. Samen bepalen deze normen zowel wat er op een markering moet staan als welke eigenschappen het label zelf moet hebben.

De NEN-EN-ISO 20560 vervangt de oudere NEN 3011 en schrijft voor hoe leidingen worden geïdentificeerd op basis van kleurcodering, symbolen en tekst. Voor ATEX-zones voegt de 2014/34/EU-richtlijn daar een extra laag aan toe: de markering zelf mag geen bron van ontsteking zijn. Dat betekent dat het materiaal geen statische lading mag opbouwen en bestand moet zijn tegen de specifieke gevaren in de zone.

Naast deze twee hoofdnormen kunnen ook andere regels van toepassing zijn, afhankelijk van de sector:

  • NEN-EN 60079-14 voor elektrische installaties in explosiegevaarlijke omgevingen
  • PGS-richtlijnen voor opslag en gebruik van gevaarlijke stoffen in Nederland
  • Interne veiligheidsdocumentatie op basis van de ATEX-zoneringsindeling (zone 0, 1, 2 voor gas; zone 20, 21, 22 voor stof)

Het is verstandig om bij het ontwerpen van een markeringssysteem altijd de specifieke zoneclassificatie als vertrekpunt te nemen. Een zone 0 of zone 20, waar permanent een explosieve atmosfeer aanwezig is, stelt striktere eisen dan een zone 2 of zone 22, waar dat slechts zelden het geval is.

Wat zijn de materiaalvereisten voor labels in een Ex-zone?

Labels in een explosiegevaarlijke zone moeten antistatisch zijn, bestand tegen de aanwezige chemicaliën en omgevingsomstandigheden, en mogen geen vonken of statische ontlading veroorzaken. Papieren labels zijn in Ex-zones absoluut ongeschikt. De voorkeursmaterialen zijn industrieel polyester of gespecialiseerd vinyl met antistatische eigenschappen.

De keuze van het juiste labelmateriaal hangt af van meerdere factoren:

  • Chemische bestendigheid: Leidingen in de procesindustrie transporteren vaak agressieve vloeistoffen of gassen. Het label moet bestand zijn tegen oplosmiddelen, zuren, basen en reinigingsmiddelen zonder los te laten of te verkleuren.
  • Temperatuurbestendigheid: Stoomleidingen, koelwaterleidingen en procesleidingen kunnen sterk variëren in oppervlaktetemperatuur. Kies een materiaal met een passend temperatuurbereik.
  • Antistatische eigenschappen: In gasgevoelige omgevingen mag het label geen elektrostatische lading opbouwen. Standaard vinyl voldoet hier niet altijd aan; kies expliciet voor antistatisch gecertificeerd materiaal.
  • Hechtsterkte: De lijmlaag moet bestand zijn tegen vocht, trillingen en reinigingsprocedures zonder los te laten.

Polyester labels scoren op al deze punten doorgaans goed en zijn daarmee de meest gebruikte keuze voor permanente leidingmarkering in Ex-zones. Voor tijdelijke markeringen of verzendlabels kan papier elders in de fabriek volstaan, maar nooit in of nabij een explosiegevaarlijke zone.

Welke informatie moet een leidingmarkering in een Ex-zone bevatten?

Een leidingmarkering in een Ex-zone moet minimaal de inhoud van de leiding, de stroomrichting, de gevaarklasse en de toepasselijke veiligheidskleur bevatten conform NEN-EN-ISO 20560. Afhankelijk van de installatie en interne veiligheidseisen kan aanvullende informatie verplicht of sterk aanbevolen zijn.

De basisinformatie op elke leidingmarkering bestaat uit:

  1. Naam of code van het medium: Wat stroomt er door de leiding? Denk aan stoom, aardgas, zoutzuur of stikstofdioxidegas. Gebruik duidelijke, begrijpelijke benamingen of erkende afkortingen.
  2. Stroomrichtingspijl: Een pijl die aangeeft in welke richting het medium stroomt. Dit is essentieel bij calamiteiten en onderhoud.
  3. Veiligheidskleur: Conform ISO 20560 zijn kleuren gekoppeld aan gevaarklassen, zoals groen voor water, geel voor brandbare gassen en oranje voor giftige stoffen.
  4. Gevarenpictogram: Voor gevaarlijke stoffen zijn GHS/CLP-pictogrammen verplicht. Denk aan het vlampictogram voor brandbare media of het doodshoofd voor toxische stoffen. Meer over GHS-etiketten lees je op onze productpagina.
  5. Druk en temperatuur (optioneel maar aanbevolen): In procesomgevingen helpt deze informatie onderhoudsmonteurs om snel de juiste voorzorgsmaatregelen te nemen.

In ATEX-zones is het extra belangrijk dat pictogrammen en tekst ook na langdurige blootstelling aan chemicaliën of UV-licht leesbaar blijven. Kies daarom voor printtechnieken waarbij de inkt of toner in het materiaal verankerd is, en niet alleen bovenop ligt.

Hoe bepaal je de plaatsingsafstand en positie van leidingmarkeringen?

De vraag hoe vaak leidingmarkering aanbrengen terugkomt, is een van de meest praktische bij het inrichten van een markeringssysteem. Volgens NEN-EN-ISO 20560 worden markeringen geplaatst bij elke afsluiter, vertakking, doorvoer door wanden of vloeren, en aan beide zijden van een obstakel. Daarnaast geldt een maximale tussenafstand van doorgaans 5 tot 15 meter op rechte leidingdelen, afhankelijk van de overzichtelijkheid van de installatie.

Bij het bepalen van de exacte plaatsingsfrequentie speel je in op de praktische leesbaarheid. Stel jezelf de volgende vragen:

  • Is de leiding op elk punt goed zichtbaar, of lopen er meerdere leidingen parallel die verwarring kunnen veroorzaken?
  • Zijn er gebieden waar monteurs of operators regelmatig werken en snelle identificatie noodzakelijk is?
  • Loopt de leiding door meerdere ruimten of door ATEX-zones met verschillende classificaties?

De positie van de markering op de leiding is ook van belang. Plaats markeringen bij voorkeur op een goed zichtbare plek, op ooghoogte of zo dicht mogelijk daarbij. Bij leidingen met een grote diameter kunnen markeringen rondom de leiding worden aangebracht zodat ze vanuit meerdere hoeken leesbaar zijn. Vermijd plaatsing achter isolatie, bekabeling of constructiedelen die het zicht belemmeren.

In Ex-zones geldt bovendien dat monteurs bij onderhoud of inspectie altijd snel en zonder twijfel moeten kunnen vaststellen wat er door een leiding stroomt. Dit pleit voor een hogere markeringsfrequentie dan in reguliere productieomgevingen, zeker op plekken waar de leidingdichtheid hoog is.

Kun je leidingmarkeringen voor Ex-zones zelf produceren of uitbesteden?

Ja, leidingmarkeringen voor Ex-zones kun je zelf produceren, mits je beschikt over de juiste printsystemen, gecertificeerde materialen en betrouwbare software voor normconform ontwerp. Zelf produceren geeft maximale flexibiliteit en snelheid bij wijzigingen in de installatie, wat in de procesindustrie regelmatig voorkomt.

De keuze tussen zelf produceren en uitbesteden hangt af van een aantal praktische overwegingen:

Zelf produceren

Met een industriële labelprinter en antistatisch polyester of vinyl materiaal produceer je op aanvraag exacte markeringen die passen bij jouw installatie en voldoen aan de geldende normen. Dit is met name interessant als je regelmatig nieuwe leidingen toevoegt, bestaande markeringen vervangt na onderhoud, of werkt in een omgeving waar maatwerk vereist is. Labelontwerpssoftware zoals NiceLabel helpt daarbij om consistent, normconform te ontwerpen en workflows te standaardiseren.

Uitbesteden

Uitbesteden aan een gespecialiseerde leverancier is een optie als het markeringsvolume laag is, of als je eenmalig een groot project wilt uitvoeren zonder te investeren in eigen apparatuur. Het nadeel is dat je afhankelijk bent van levertijden en minder snel kunt reageren op wijzigingen in de installatie.

Voor organisaties met een actief onderhouds- of HSE-programma is zelf produceren op de lange termijn vaak de meest efficiënte keuze, zowel qua kosten als qua reactiesnelheid.

Wat zijn veelgemaakte fouten bij leidingmarkering in explosiegevaarlijke zones?

De meest voorkomende fouten bij leidingmarkering in Ex-zones zijn het gebruik van verkeerde materialen, onvoldoende markeringsfrequentie, ontbrekende of verouderde informatie op de labels, en het negeren van de antistatische vereisten. Deze fouten kunnen leiden tot gevaarlijke situaties, maar ook tot non-compliance bij audits of inspecties.

Een overzicht van de fouten die we het meest tegenkomen:

  • Papieren of standaard vinyl labels: Deze zijn niet bestand tegen de omstandigheden in Ex-zones en voldoen niet aan antistatische eisen. Ze laten los, verkleuren of bouwen statische lading op.
  • Te weinig markeringen op rechte leidingdelen: Lange leidingdelen zonder markering zijn een veelvoorkomend probleem, zeker in oudere installaties. De vraag hoe vaak leidingmarkering aanbrengen noodzakelijk is, wordt in de praktijk te vaak te ruim geïnterpreteerd.
  • Ontbrekende stroomrichtingspijlen: Bij calamiteiten of onderhoud is de stroomrichting cruciaal. Markeringen zonder pijl zijn onvolledig en kunnen gevaarlijke vergissingen veroorzaken.
  • Verouderde informatie: Na proceswijzigingen worden markeringen niet altijd bijgewerkt. Een leiding die ooit water transporteerde maar nu een oplosmiddel bevat, met een verouderd label, is een serieus veiligheidsrisico.
  • Verkeerde kleurcodering: Het gebruik van huisstijlkleuren in plaats van de genormeerde veiligheidskleuren van ISO 20560 leidt tot verwarring, zeker voor externe monteurs of hulpdiensten.
  • Labels op onzichtbare posities: Markeringen die achter isolatie, kabelgoten of constructiedelen zijn aangebracht, hebben geen praktisch nut.

Een periodieke inspectie van het markeringssysteem, gecombineerd met een duidelijk beleid voor wanneer en hoe markeringen worden bijgewerkt, voorkomt de meeste van deze fouten.

Hoe Rebo Systems helpt met leidingmarkering in Ex-zones

Wij bij Rebo Systems bieden een complete oplossing voor normconforme leidingmarkering in explosiegevaarlijke zones. Van de juiste materialen tot betrouwbare printsystemen en labelontwerpssoftware: we helpen je om snel, zelfstandig en conform de geldende normen te markeren.

Wat wij bieden voor leidingmarkering in Ex-zones:

  • Antistatisch polyester en vinyl materialen die bestand zijn tegen chemicaliën, extreme temperaturen en mechanische belasting
  • Industriële labelprinters zoals de SMS-R1 en SMS-430/460, geschikt voor duurzame leidingmarkeringen in uiteenlopende formaten
  • NiceLabel software voor normconform ontwerp, consistente kleurcodering en gestandaardiseerde workflows
  • Kant-en-klare leidingmarkeringen via de Pikt-O-Norm veiligheidsgids, inclusief GHS/CLP-pictogrammen voor gevaarlijke media
  • Persoonlijk advies van onze regionale adviseurs, ondersteund door technische dienst zonder verplicht servicecontract

Of je nu een nieuwe installatie inricht, een bestaand markeringssysteem wil moderniseren of snel wil kunnen reageren op proceswijzigingen: wij denken graag met je mee. Neem contact op met onze adviseurs voor een vrijblijvend gesprek over de beste aanpak voor jouw situatie.